Column: Nog een slecht plan van een franchiseadvocaat – het Plan van Kan

Gepubliceerd op , door De Nationale Franchise Gids

Foto Tiago Jurgens - www.denationalefranchisegids.nl

Tiago Jurgens – De Nationale Franchisegids

Vorige week las ik met verbazing een column van franchiseadvocaat Kees Kan. Een ongetwijfeld goed bedoeld stuk van een vast kundig advocaat.

De heer Kan wil franchisegevers verplichten een vestigingsplaatsonderzoek uit te laten voeren ten behoeve van een nieuwe franchisenemer. Die verplichting moet ook worden vastgelegd in De Nederlandse Franchise Code in wording. Daarbij doet de heer Kan ook wel zo praktisch meteen een suggestie voor de tekst hiervan.
Alvorens u te vertellen waarom ik dit zo’n verschrikkelijk slecht plan vind kom ik eerst nog even terug op de Nederlandse Franchise Code. Wat was hiervoor de aanleiding (van ook dit slechte plan)?

Vorig jaar zochten verschillende individuen de media over misstanden in franchise. Ieder had zo zijn eigen belang: naar opdrachten zoekende advocaten, belangenverenigingen die leden zoeken en franchisenemers die hun franchisegever via de media onder druk willen zetten. Dit leidde tot Kamervragen. Onder druk van de PvdA (die hebben het niet zo op ondernemers) moest Minister Kamp wel opdracht geven voor een nieuwe Nederlandse Franchise Code. Deze zomer vertelde Kamp dat mocht de Nederlandse Franchise Code er niet doorkomen hij dan met wetgeving komt. Ik hou het liever bij de Erecode zoals die er nu is. Aangevuld met jurisprudentie biedt deze prima bescherming tegen malafide franchisegevers, franchisenemers en ondernemers. Eerder schreef ik al dat te veel pamperen leidt tot overvolle luiers (denk aan vullingen als bureaucratie, overhead en ongewenste neveneffecten) met de bijbehorende ongewenste luchtjes. Het Plan van Kan is daar een duidelijk voorbeeld van.

Terug naar het Plan van Kan. Om de volgende redenen is het verplicht stellen van een vestigingsplaatsonderzoek door de franchisegever en de vastlegging hiervan in de Code een slecht idee:

  1. De helft van de franchiseformules is actief in de dienstverlening en heeft dus meestal niets aan een vestigingsplaatsonderzoek (VPO).
  2. De aspirant franchisenemer zal een ondernemersplan en een financieringsplan schrijven. Het VPO kan daar onderdeel van uitmaken. De franchisenemer moet de opdracht geven voor het VPO; hij is immers de ondernemer.
  3. Als je de franchisegever de opdracht voor het VPO laat geven kun je alsnog de suggestie krijgen dat de franchisegever ongewenste invloeden uit kan oefenen op het VPO. Immers ‘wie betaalt die bepaalt’. Krijg je daar toch weer rechtszaken over.

Ter afsluiting betwijfel ik sterk dat er meer conflicten zijn dan vroeger. Bovendien geloof ik ook niet dat met extra regelgeving de conflicten die er nu zijn waren voorkomen. En ik denk al helemaal niet dat ondernemers in het algemeen gebaat zijn met extra regelgeving. Ik ben voorstander van het systeem dat we in Nederland gebruiken: er zijn geen franchisewetten, het franchiserecht bouwt zich op in jurisprudentie. Dat is overigens vergelijkbaar met het Angelsaksische model zoals we dat in Engeland en de V.S. kennen, waar franchise min of meer is uitgevonden. En er zullen ook in de toekomst franchisenemers failliet gaan, net als franchisegevers maar gelukkig wel minder vaak dan ondernemers.

Mijn conclusie is dat franchise het relatief goed doet. Laten we dat met zijn allen meer gaan uitdragen en laten wij ons vooral niet gek maken door de media, sommige advocaten en belangenverenigingen. We moeten deze zo belangrijke sector met maar liefst 260.000 werknemers koesteren.

Delen:

Laatste franchisenieuws

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.