Actief prijsbeleid en franchise – column van Birgit de Bruijn

Gepubliceerd op , door De Nationale Franchise Gids

Birgit de Bruijn - Kuster Advocaten

Om op franchise-bijeenkomsten de kennis te testen over een aantal veelvoorkomende vraagstukken op het gebied van  franchise ontwikkelde wij de “Franchise Stress Test”. Een van de vragen in deze test luidt als volgt:
Is een franchisenemer verplicht de adviesprijzen van de franchisegever te hanteren?
  1.       Nee, een franchisenemer is vrij in het bepalen van verkoopprijzen.
  2.       Ja, een franchisenemer is daaraan gehouden.
Ondanks het feit dat de Europese Commissie prijsbinding verbiedt, is ons gebleken dat dat kennelijk niet bij iedereen bekend is. Hieronder de do’s en don’ts op een rij.

Uitgangspunt in het mededingingsrecht is dat afspraken die de concurrentie beperken niet zijn toegestaan. Het voorschrijven van wederverkoopprijzen kan worden aangemerkt als een dergelijke afspraak. Bij franchise wordt veelal soepeler omgegaan met de beoordeling of een afspraak concurrentiebeperkend  is of niet, omdat deze bepalingen soms nodig zijn ter bescherming van de know how van franchisegever en de identiteit en de reputatie van het franchiseconcept. Dat geldt uitdrukkelijk niet voor prijsbindende afspraken.

Hoewel een franchisegever in het algemeen de voorkeur zal hebben een uniform prijsbeleid te hanteren (mede vanwege de bescherming van de reputatie van het franchiseconcept), moet een franchisenemer te allen tijde vrij zijn om zijn/haar eigen prijsbeleid te bepalen. Er is een klein aantal uitzonderingen op het verbod op prijsbinding. Een daarvan is bijvoorbeeld het hanteren van vaste of minimumprijzen gedurende een kortdurende kortingsperiode (2-6 weken). Verder mag een franchisegever een adviesprijs meegeven aan zijn/haar franchisenemers en zelfs een maximumprijs opleggen voor de wederverkoop van de producten of diensten. Maar onder geen beding mag een franchisegever voorschrijven welke (minimum)verkoopprijs een franchisenemer moet hanteren.

Ook het op indirecte wijze beïnvloeden van de verkoopprijzen van franchisenemer is niet toegestaan. Voorbeelden van indirecte prijsbepaling zijn:

  • Vaststellen van de marge van de franchisenemer tussen de inkoop- en de verkoopprijs;
  • Maximeren van kortingen die een franchisenemer mag hanteren ten opzicht van een bepaalde prijs;
  • Het onder druk zetten met het doel een bepaald prijsniveau af te dwingen (bijvoorbeeld door intimidatie, dreiging met opzeggen van de overeenkomst, achterstellen bij het leveren van producten of het dreigen met en/of uitvoeren van andere sancties);
  • Het prikkelen van franchisenemers met het doel een uniform prijsniveau te creëren (bijvoorbeeld door het geven van bonussen / kortingen bij het hanteren van de adviesprijzen);

Bij de beoordeling of sprake is van ongeoorloofde prijsbinding zal gekeken worden naar de tekst van de overeenkomst alsook naar het feitelijk handelen van een franchisegever. Het is daarom zorg clausules over wederverkoopprijzen in de franchiseovereenkomst zorgvuldig te formuleren en ook terughoudendheid in acht te nemen bij handelingen die zouden kunnen leiden tot beïnvloeding van de door franchisenemers gehanteerde verkoopprijzen. Met name omdat het in strijd handelen met dit verbod verstrekkende gevolgen kan hebben, zoals bijvoorbeeld, als het prijsbeleid een wezenlijk deel van de franchiseovereenkomst vormt, nietigheid van de gehele franchiseovereenkomst.

Mocht u nadere vragen hebben over prijsbinding, dan kunt u zich wenden tot Birgit de Bruijn, telefoonnummer: 023 – 5125025, e-mail: debruijn@kadv.nl

Delen:

Gerelateerde artikelen

Laatste franchisenieuws

  • Osigwe

    De doc was er net weer op!Heb er van genoten. Toch onrabstelvear dat iemand zich wil laten opsluiten van de buitenwereld en 25 a 35 jaar aan een boek wil werken.. crazy toch!?

    Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

skyscraper-banner-website
franchise-season-art-class