Column Bosselaar & Strengers Advocaten: Een onbetaalde factuur? Loop niet het risico zelf op te draaien voor buitengerechtelijke incassokosten.

Gepubliceerd op , door De Nationale Franchise Gids

Bosselaar & Strengers2

Geschreven door: mr. Rebin Osman, Bosselaar & Strengers Advocaten

Voordat een schuldeiser buitengerechtelijke incassokosten in rekening mag brengen aan een consument-schuldenaar moet eerst een aanmaning worden gestuurd met een betalingstermijn van minimaal veertien dagen. In die aanmaning moeten de (financiële) gevolgen van het uitblijven van betaling worden vermeld. Dit is de zogenaamde ‘veertiendagenbrief’. Het versturen van een dergelijke brief is voldoende om aanspraak te maken op de buitengerechtelijke incassokosten. Bijkomende aanmaningen zijn dus niet vereist. Tot op heden was echter onduidelijkheid wanneer precies deze veertiendagentermijn begint en wat de gevolgen zijn van een onjuiste vermelding van deze termijn in de aanmaningsbrief. De Hoge Raad heeft – onder meer – hierover duidelijkheid geschept in zijn arrest van 25 november 2016. Wilt u zeker zijn van betaling van alle kosten bij een aanmaning? Lees dan verder.

Wanneer vangt de veertiendagentermijn precies aan?

In artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek staat dat de veertiendagentermijn aanvangt op de dag na aanmaning. Tot 25 november 2016 was het echter onduidelijk wat hier precies mee werd bedoeld. Werd hiermee bedoeld veertien dagen na dagtekening of na ontvangst van de aanmaningsbrief?

Volgens de Hoge Raad vangt de veertiendagentermijn aan op de dag nadat de aanmaning door de schuldenaar is ontvangen. De consument-schuldenaar moet namelijk in ieder geval de volle veertien dagen de gelegenheid krijgen het verschuldigde bedrag te betalen zonder dat buitengerechtelijke incassokosten in rekening gebracht worden.

Wat zijn de gevolgen van een onjuiste vermelding van de veertiendagen-termijn?

De veertiendagenbrief moet voldoen aan de eisen die artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek daaraan stelt. Als de schuldeiser in de aanmaningsbrief de betalingstermijn van 14 dagen vermeldt, maar een te vroege dag van aanvang of van het einde van die termijn noemt, dan wel verwarrende of misleidende informatie daarover geeft, is het gevolg van deze onjuiste vermelding dat de consument-schuldenaar bij het uitblijven van tijdige betaling geen buitengerechtelijke incassokosten is verschuldigd. Er is immers niet voldaan aan de eisen van voormeld wetsartikel.

Dus aangeven dat “binnen veertien dagen na heden” of “binnen veertien dagen na verzending van deze brief” betaald moet worden is niet goed. Dit is in strijd met de eis dat de schuldenaar in ieder geval een betalingstermijn van veertien (volle) dagen, aanvangende de dag na ontvangst van de aanmaning, gegeven moet worden. Het moet de consument-schuldenaar dus duidelijk zijn dat hem die volle wettelijke termijn van veertien dagen ter beschikking staat.

Volgens de Hoge Raad voldoet de formulering dat incassokosten verschuldigd worden indien niet betaald is “binnen veertien dagen vanaf de dag nadat deze brief bij u is bezorgd” of “binnen vijftien dagen nadat deze brief bij u is bezorgd” wel aan de wettelijke eisen. Uiteraard staat het de schuldeiser vrij, mede ter voorkoming van het risico dat de aanmaning vanwege een onjuiste formulering zonder gevolg blijft, een langere termijn dan de wettelijke termijn van veertien dagen te geven, bijvoorbeeld betaling “binnen drie weken nadat u deze brief heeft ontvangen”.

Vermeldenswaard in dit verband is het volgende: indien de aanmaning niet aan de wettelijke vereisten voldoet, hoeft de consument-schuldenaar geen buitengerechtelijke incassokosten te betalen. Wil de schuldeiser recht hebben op betaling van de buitengerechtelijke incassokosten, dan dient hij alsnog een aan de wettelijke eisen beantwoordende veertiendagenbrief aan de schuldenaar te verzenden. Een onjuist vermelde termijn, die bijvoorbeeld een dag te kort was, kan dus niet ‘gerepareerd’ worden door nog een korte extra betalingstermijn van bijvoorbeeld een week of tien dagen te geven.

Conclusie

De veertiendagentermijn vangt aan de dag nadat de aanmaning door de schuldenaar is ontvangen. Indien de schuldeiser in de aanmaningsbrief een onjuiste vermelding doet van de veertiendagentermijn, is het gevolg hiervan dat de consument-schuldenaar, bij het uitblijven van tijdige betaling, geen buitengerechtelijke incassokosten is verschuldigd.

In dit arrest heeft de Hoge Raad ook stilgestaan bij (1) de stelplicht en bewijslast ter zake, (2) de rol van de rechter in verstekzaken en in zaken op tegenspraak over de veertiendagenbrief en (3) wat de gevolgen zijn van een deelbetaling door de consument-schuldenaar voor de verschuldigdheid van de buitengerechtelijke incassokosten. Het gaat de omvang van deze column te buiten om hierop in te gaan, maar mocht u hierover vragen hebben of willen reageren op (de inhoud van) deze column, dan kunt u per e-mail reageren (r.osman@bs-advocaten.nl) of mij bellen op 030-234 72 59.

Delen:

Gerelateerde artikelen

Laatste franchisenieuws

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

skyscraper-banner-website