Column Sonny Duijn (ABN AMRO): Attractiviteit als speerpunt na vertrek V&D

Gepubliceerd op , door De Nationale Franchise Gids

Bron foto: bouwenuitvoering.nl

Ook na het vertrek van V&D uit de winkelstraten duikt de naam met enige regelmaat op in de krantenkoppen. Hamvraag: wat gebeurt er met de 63 leegstaande panden? En wat voor impact heeft dit op de winkelgebieden en andere retailers?

Leegstaande panden maken een winkelgebied onaantrekkelijker om te bezoeken. Begin dit jaar stond 7,4% van het aantal winkels leeg, volgens marktonderzoeker Locatus. En daar moesten de V&D-panden dan nog bijkomen. De leegstand liep door het vertrek van het warenhuis in sommige steden flink op.

Wijnwinkel en sportzaken

Het is niet stil gebleven nadat het doek V&D  twee maanden terug definitief viel.  Sportzaken richten hun pijlen  op de leegstaande panden in Den Haag (Decathlon) en Arnhem (Topshelf). Over het Utrechtse pand sprak pandeigenaar IEF onder meer met modeketen Primark.

Drie niet nader gespecificeerde modeketens lieten hun oog vallen op het Nijmeegse V&D-pand. En het Canadese Hudson’s Bay wil in de Rotterdamse en Dordrechtse panden nieuwe warenhuizen exploiteren.

Het meest tot de verbeelding sprekende geluid kwam uit Den Bosch. In een voormalig V&D-pand moet zich daar de grootste wijnwinkel ter wereld ontluiken; een soort attractiepark met gratis entree en food-kraampjes. Een mooi plan, nu ‘funshoppen’ belangrijker lijkt te gaan worden.

Dit is goed nieuws. Vernieuwende concepten nemen direct een deel van de ‘nieuwe’ leegstand weer weg. Dat stelt winkelgebieden in staat extra te profiteren van fundamentele ontwikkelingen in de economie: de koopkracht stijgt, de consument geeft meer uit en het consumentenvertrouwen zit boven het langjarig gemiddelde.

Daling van passanten

Echter is lang niet elk pand zo goed verhuurbaar als in de grote steden. Bijvoorbeeld vanwege de ligging of de waardering. Vastgoedadviseur Colliers International bracht de verhuurbaarheid van V&D-panden eerder in kaart en constateerde dat een aantal panden moeilijk verhuurbaar is. Het gaat om de panden in Gorinchem, Sittard, Bergen op Zoom, Beverwijk, Doetinchem, Schalkwijk, Roosendaal en Den Helder.

Ook zonder het vertrek van de warenhuisketen stonden winkeliers hier al voor een uitdaging. In elk van de winkelgebieden waar deze acht panden staan is het bezoek de afgelopen vijf jaar teruggelopen, blijkt uit Locatus-metingen.  Ter illustratie: Op een willekeurige zaterdag liepen er zo’n vijf jaar terug gemiddeld nog ruim 12.000 passanten langs de V&D-panden in de genoemde steden.  In 2015 waren dit er gemiddeld nog ruim 8000; een daling van een derde. De crisisjaren en de toename van de internetverkopen zijn daar vermoedelijk mede debet aan.

Grotere urgentie kan tot meer attractiviteit leiden

Kunnen dergelijke winkelgebieden een vertrek van V&D  aan, ook als het pand voorlopig leeg blijft? Naar mijn mening zeker. Het vertrek van V&D kan worden aangegrepen om te verrassen en te vernieuwen. De toegenomen urgentie door de extra leegstand kan tot slagkracht leiden.

Winkeliers worden aangesproken op hun vermogen om lokaal ondernemerschap te tonen en voor attractiviteit in de winkelstraat te zorgen. Met attractiviteit kan de funshopper worden gebonden. De consument die mede voor de gezelligheid (‘een dagje uit’) shopt, verkiest een fysiek winkelgebied boven online verkoopkanalen. Internet kan die eigenschap van beleving namelijk moeilijk vervangen.

Samenwerking is van essentieel belang om die attractiviteit te vertonen. Tussen ondernemers, gemeenten en vastgoedeigenaren. Denk daarbij aan kenmerken in de winkelstraat (als parkeerbeleid, elementen in de straat of  gastvrijheid in de winkels) en gezamenlijke initiatieven, zoals een sterk collectief online profiel of nieuwe evenementen. Zo kun je gebruik maken van de kracht van het netwerk.

Dat is uiteraard veel gemakkelijker gezegd dan gedaan. Een winkelier draagt primair verantwoordelijkheid voor de resultaten binnen zijn eigen vier muren.  Voor grote gezamenlijke initiatieven is een breed draagvlak nodig, en de overtuiging dat denken als eenheid ook op individueel niveau zijn vruchten afwerpt.

Bij aanwezigheid van dat draagvlaak en die overtuiging, kan een winkelgebied zich als geheel profileren. Een verhoging van de attractiviteit van een winkelgebied straalt indirect ook positief af op de individuele verkooppunten. Attractiviteit is dus topprioriteit.

Sonny Duijn

 

 

Sonny Duijn is Sector Econoom Retail en TMT (Technologie, Media en Telecom) bij het Economisch Bureau van ABN AMRO. Externe publicaties, prognoses en visies van het Economisch Bureau zijn te vinden op https://insights.abnamro.nl.

 

 

 

Delen:

Gerelateerde artikelen

Laatste franchisenieuws

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

skyscraper-banner-website

banner-volop-kansenV2

franchise-banner-abn-amro-3