Mijn favorieten

Er zijn nog geen favoriete franchiseformules geselecteerd

Column “Zelfregulering binnen franchisesector; middenweg tussen wel of geen codificatie?”

Jeroen Sterk 

Het onderwerp franchise is actueler dan ooit tevoren. De meest recente discussie betreft het al dan niet codificeren van de franchiseovereenkomst, althans het wettelijk verankeren van de pre-contractuele fase van de franchiseovereenkomst. Mede naar aanleiding van berichtgeving in kranten, Kamervragen, Zembla en bijdrages in de literatuur is de huidige discussie omtrent wetgeving aangevangen. Onlangs (14 mei 2014) heeft minister Kamp laten weten dat hij niet verwacht dat het invoeren van wetgeving de positie van de franchisenemer zal verbeteren. Wetgeving zal dus (voorlopig) op zich laten wachten. Desalniettemin is er een aantal knelpunten in de levensduur van de franchiseovereenkomst waar te nemen, waaruit blijkt dat meer duidelijkheid en transparantie zouden kunnen bijdragen aan de verbetering van de relatie tussen franchisegever en franchisenemer. Mede om deze reden zien wij in zelfregulering de (enige) gulden middenweg.

Knelpunten
Waar komt deze huidige belangstelling vandaan en wellicht nog meer van belang, waar dient zij toe te leiden? Om te beginnen wordt de belangstelling deels verklaard door het succes van de franchiseformules: in de afgelopen jaren heeft een verdubbeling van het aantal franchisevestigingen plaatsgevonden, van 14.330 vestigingen in 1997 tot 30.197 in 2012. Daarnaast blijkt zich in de praktijk een aantal knelpunten voor te doen. Uit jurisprudentieonderzoek (gepubliceerd op www.ludwigvandam.nl <onder presentaties>) blijkt het onder meer te gaan om de kwalificatie van de overeenkomst (ten opzichte van andere overeenkomsten, zoals de agentuur- of de distributieovereenkomst), het al dan niet verstrekken van (onvolledige/onjuiste/niet haalbare) exploitatieprognoses in de pre-contractuele fase, de koppeling met de huurovereenkomst en de beëindiging van de franchiseovereenkomst. Verder kan procedureel worden gedacht aan forum- en/of rechtskeuzes en exoneratiebedingen (ook wel disclaimers, of het uitsluiten van aansprakelijkheid). Tevens worden knelpunten geconstateerd die verband houden met het mededingingsrecht, zoals concurrentiebedingen, inkoopverplichtingen en internetverkoop door zowel de franchisegever als de franchisenemer.

Oplossingen
In de huidige discussie wordt gepleit voor de invoering van specifieke wetgeving omtrent franchising. De ministers Kamp en Opstelten hebben evenwel recentelijk en herhaaldelijk laten weten dat codificatie van de franchiseovereenkomst geen prioriteit heeft. Uit rechtsvergelijkend onderzoek met (onder meer) België blijkt voorts dat invoering in Nederland van het type wetgeving dat daar bestaat, waarschijnlijk weinig zou toevoegen aan de bestaande situatie. Bovendien bestaat in geen enkel ander Europees land volledige codificatie van de franchiseovereenkomst. Een en ander brengt met zich mee dat het relevant kan zijn om andere Europese codificaties nader te onderzoeken en bovendien te bekijken of een aanpassing of uitbreiding van de bestaande zelfregulering (de Europese Erecode inzake Franchising) op effectieve wijze zou kunnen bijdragen aan een oplossing voor de gerezen problemen. Hieronder valt zodoende ook het uitbrengen van advies of het opstellen van modelcontracten. Een wetenschappelijke bijdrage over dit onderwerp is in voorbereiding.

Mr. J. Sterk (advocaat-partner) en Mr. J.A.J. Devilee (student-stagiaire), Ludwig & Van Dam advocaten