Combinatie huur en franchise

Gepubliceerd op , door De Nationale Franchise Gids

mr. E.H.H. Schelhaas – BANNING N.V.

De combinatie van een huurovereenkomst en een franchiseovereenkomst blijft de aandacht vragen. Zeker bij een gebruikelijk combinatie van een franchiseovereenkomst en een huurovereenkomst winkelruimte. Hoewel er wel stemmen opgaan om die combinatie van huur en franchise als één geheel te zien worden de twee overeenkomsten in de rechtspraak vrijwel altijd als twee losse overeenkomsten gezien. Dit noopt tot het goed op elkaar afstemmen van die twee overeenkomsten, met name ten aanzien van de beëindigingsbepalingen.

De franchisenemer / huurder heeft immers geen specifieke bescherming op grond van de franchiseovereenkomst maar geniet wel veel huurbescherming. Denk in dit kader vooral aan het termijnenstelsel van 5+5 jaar, de beperkte opzeggingsgronden en het feit dat de rechter bij een dient te beslissen of de huurovereenkomst eindigt.

Een bekend middel om als franchisegever complicaties met huurbescherming te voorkomen is het aan de rechter verzoeken van goedkeuring voor een afwijkend beding. Deze toets is de laatste jaren echter strenger geworden. Meestal wordt geen goedkeuring verleend voor een bepaling in de huurovereenkomst die erop neer komt dat indien de franchiseovereenkomst om wat voor reden ook komt te eindigen daarmee ook de huurovereenkomst wordt ontbonden. Dit komt onder meer doordat de ontbinding van een huurovereenkomst op de grond dat de huurder tekortschiet volgens de wet door de rechter moet plaatsvinden. Verder zijn veel rechters van oordeel dat dit een te grote inbreuk op de rechten van de huurder vormt. Dit leidt ertoe dat de franchisegever moet zoeken naar minder vergaande bepalingen die nog wel acceptabel zijn voor de rechter. Bijvoorbeeld extra opzeggingsgronden waarbij nog wel een rechterlijke toets plaatsvindt.

Op 15 januari 2013 oordeelde het Gerechtshof Den Haag over zo’n gevraagde goedkeuring voor afwijkende bedingen. Anders dan de kantonrechter oordeelde het gerechtshof dat goedkeuring voor een beding dat inhoudt dat de huurovereenkomst opgezegd en daarmee beëindigd kon worden wegens het einde van de franchiseovereenkomst wettelijk mogelijk is. Aangezien de overeenkomsten voor 10 jaar werden aangegaan, de rechtsgeldigheid van de opzegging van de franchiseovereenkomst hier door de rechter kon worden getoetst en de franchisenemer (zo oordeelde het Gerechtshof) weinig aan de huurovereenkomst heeft indien de franchiseovereenkomst is geëindigd keurde het gerechtshof dit beding alsnog goed. In feite is hierbij goedkeuring nodig voor twee afwijkingen van het wettelijk systeem. De eerste betreft de opname van een extra opzeggingsgrond. De tweede betreft een bepaling die erop neerkomt dat deze opzegging zonder rechterlijke toets leidt tot het einde van de huurovereenkomst.

Het merkwaardige aan dit soort procedures blijft dat de franchisegever en de franchisenemer zich gezamenlijk tot de rechter wenden en de rechter vervolgens autonoom dient te bepalen of hij de franchisenemer – huurder in bescherming dient te nemen door het verzoek geheel of gedeeltelijk af te wijzen.

Uit deze uitspraak blijkt eens te meer dat het veel uitmaakt hoe een beding waarvoor toestemming wordt gevraagd is geformuleerd.

dinsdag 26 maart 2013.

Delen:

Gerelateerde artikelen

Laatste franchisenieuws

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

skyscraper-banner-website

banner-volop-kansenV2

franchise-banner-abn-amro-3