De ins en outs van de Nederlandse Franchise Code

Gepubliceerd op , door De Nationale Franchise Gids

De sector aan het woord

“Ik steun met volle overtuiging de Nederlandse Franchise Code en zie dit ook als absolute noodzaak om het zelfstandig ondernemerschap te beschermen” of “De tekst van de Code zoals die er thans ligt, schiet zowel inhoudelijk als praktisch helemaal zijn doel voorbij.” De reacties op het conceptvoorstel van de nieuwe Nederlandse Franchise Code staan vaak lijnrecht tegenover elkaar. De Code zou er dit jaar nog moeten liggen, maar consensus is nog niet bereikt. Komt de Code, die bedoeld is als richtlijn, er niet, dan dreigt Minister Kamp met wetgeving. De Schrijfcommissie en vertegenwoordigers uit de sector bespreken het huidige voorstel aan de hand van discussiepunten uit de markt.

Ruime media-aandacht van onder andere tv-programma Zembla voor vermeende misstanden in de franchisebranche leidde in 2014 tot vragen in de Tweede Kamer. Franchisenemers en -gevers van onder andere Bakker Bart, Hema en Albert Heijn zouden ruziën over contracten, investeringen en samenwerking. Naar aanleiding hiervan besloot minister Henk Kamp van Economische Zaken dat de zelfregulering in de franchisesector versterkt moest worden en riep een Schrijfcommissie van franchisenemers en franchisegevers in het leven die aan het werk ging met een nieuwe code die de huidige Europese Erecode inzake franchising zou moeten vervangen: de Nederlandse Franchise Code (NFC). De Erecode zou slecht worden nageleefd en niet voldoende zijn toegespitst op de wensen vanuit de Nederlandse franchisesector.

Conceptversie te rigide

De conceptversie van de Code werd op 16 juni 2015 gepresenteerd en de 160 reacties uit de markt varieerden, zoals Kamp het beschreef in een Kamerbrief op 25 september, van ‘korte steunbetuigingen tot uitvoerige en gedetailleerde commentaren’. Onder andere de normstelling in de conceptcode bleek te rigide in de ogen van veel franchisegevers, waardoor toepassing van de Code voor bepaalde ketens bemoeilijkt zou worden. Ook waren er in delen van de sector zorgen over een voldoende mate van inhoudelijke betrokkenheid bij de ontwikkeling van de Code.

 

Screen Shot 2015-12-14 at 3.31.12 PM

Toekomst van de Code

Aanvankelijk verwachtte de Schrijfcommissie het proces begin september 2015 te kunnen afronden. Al snel bleek dit niet haalbaar, door zowel het aantal als de omvang van de reacties. De Schrijfcommissie besloot meer tijd te nemen voor het gesprek met de sector en organiseerde onder andere een franchisedebat op 3 september. Tijdens dit evenement riep Kamp de sector op om op basis van overleg en vertrouwen versneld stappen naar zelfregulering te zetten. De Schrijfcommissie verzamelde aanvullende input die richting zou moeten geven aan de inhoud en het proces van verwerking van de commentaren. Die verwerking zou moeten zijn afgerond in januari 2016.

 

‘Draagvlak is essentieel’

 

“De code zoals deze er nu ligt, is een conceptcode”, aldus Romana Engeman, directeur van de Nederlandse Franchise Vereniging (NFV).“Er is onvoldoende draagvlak voor in de huidige vorm. De Schrijfcommissie inventariseert op dit moment alle reacties en werkt aan een aangepaste tekst. Waar het uiteindelijk om draait, is wat de leden ervan vinden en of ze ermee kunnen werken. Franchising is een verticale samenwerkingsvorm, geen horizontale. Dat betekent ook dat alle partijen hun functie moeten kunnen uitoefenen en je elkaar niet moet gijzelen.”

Beperking autonomie franchisegever

Een veelgehoorde klacht is dat de Code leidt tot een vergaande beperking van de autonomie van de franchisegever, zo blijkt uit reacties. Zo is in de Code een bepaling opgenomen dat franchisegever overeenstemming dient te bereiken met de franchisenemers over majeure wijzigingen, alvorens deze eenzijdig door te voeren. De Schrijfcommissie is er duidelijk over: “Wanneer franchisegever en franchisenemer op een gelijkwaardige en transparante manier kunnen samenwerken, is en blijft franchise een krachtig bedrijfsmodel. De sector werkt nu intensief aan het formuleren van een gedragscode waarin duidelijk en evenwichtig wordt vastgelegd hoe beide partijen zich moeten gedragen bij het aangaan, aanpassen en uitvoeren van een franchiseovereenkomst.”

 

“Ik heb een organisatie bijgestaan die noodgedwongen veranderingen moest doorvoeren; doodbloeden was het alternatief”, aldus Herman Knotter, partner bij Legal experience Advocaten.

 

‘‘Dat kost je als franchisegever slagkracht en snelheid’’

 

“Dit stuitte op veel weerstand bij de franchisenemers, die de noodzaak van de verandering op dat moment nog niet zagen. Dat kost je als franchisegever slagkracht en snelheid en zorgt ook voor uitholling van je concurrentiepositie. Natuurlijk is goed overleg tussen franchisenemers en franchisegevers belangrijk en niet meer dan normaal, maar een franchisegever moet binnen de reikwijdte van de franchiseovereenkomst en de wet ook de knoop kunnen doorhakken indien er geen overeenstemming wordt bereikt.”

 

Screen Shot 2015-12-14 at 3.33.19 PM

 

Wichard Hendriks, franchisegever van Finovion, heeft minder moeite met het beperken van autonomie van de franchisegever. “We hebben bij Finovion al een vergaande overlegstructuur met werkgroepen en franchiseraad. Ieder voorstel dat wij doen moet voldoende draagkracht hebben bij onze franchisenemers, willen wij een voorstel daadwerkelijk gaan uitvoeren. Het heeft geen zin om voorstellen er door heen te moeten drukken.”

 

Concurrentie binnen franchiseformules

In de conceptversie van de Code komt naar voren dat zusterbedrijven van dezelfde formule elkaar niet mogen beconcurreren. “Uiteraard mag een moederbedrijf meerdere formules hanteren. Goed franchisegeverschap zoals beschreven in de NFC voorkomt dat franchisenemers hier nadeel van ondervinden”, vindt de Schrijfcommissie.“Wat mij betreft een ongewenste bepaling”, vindt Knotter.“Wanneer is iets versterkend en wanneer concurrerend? Sommige onderdelen van de formule kunnen elkaar beconcurreren, terwijl op andere onderdelen bijvoorbeeld inkoopvoordelen te halen zijn. Deze zaken kunnen gewoon moeilijk in het algemeen geregeld worden.” Ook Hendriks vraagt zich af of dit in een Code geregeld moeten worden. “Dit soort zaken zou bij de ACM (Autoriteit Consument & Markt) moeten liggen; ze hebben niet alleen te maken met franchising.”

 

Franchise en het filiaalbedrijf

Harrie ten Have, voorzitter van het Vakcentrum, bestrijdt dat de Code een verslechtering betekent van de concurrentiepositie van franchise ten opzichte van het filiaalbedrijf, waar de nadruk meer zou liggen op zelfstandig ondernemerschap en samenwerken.”Samenwerkingsverbanden binnen franchising zijn een fantastisch businessmodel. De primaire verantwoordelijkheid voor de inhoud van de formule ligt bij de franchisegever en de uitvoering ligt bij de franchisenemer.

 

 ‘‘De verantwoordelijkheid van de formule ligt bij de franchisegever, de uitvoering bij de franchisenemer’’

 

Als franchisenemers met goede ideeën komen, kunnen die geadopteerd worden als onderdeel van de formule. Er is dus geen beperking.” “De concurrentiepositie is niet alleen afhankelijk van deze Code maar ook van goed ondernemerschap”, aldus de Schrijfcommissie. De NFC levert juist voordelen waardoor franchise een succesvol businessmodel blijft. Franchisevestigingen hebben immers gemiddeld genomen een hogere omzet, groei en rendement dan filiaalbedrijven.”

 

Kosten en baten van een webshop

Ook over het houden van een webshop wordt gediscussieerd. In hoeverre moeten franchisenemers meedelen in kosten en opbrengsten? De Schrijfcommissie is er duidelijk in: “De webshop is onderdeel van de formule. De verdeling van kosten en opbrengsten moet worden vastgelegd in het conditiestelsel.” Ook Ten Have benadrukt het belang van goede afspraken

 

‘‘De webshop is onderdeel van de formule’’

 

“Als een franchisegever een initiatief wil ontplooien op het gebied van e-commerce, is dat een punt van overleg met de franchisenemers en moeten er goede afspraken over worden gemaakt binnen een conditiestelsel. De hoofdlijnen moeten in de Code worden vastgelegd, de verdere afspraken dienen in overeen-komsten en convenanten te worden uitgediept.” Knotter vindt dat franchisenemer en franchisegever op het gebied van webshops met elkaar in overleg moeten treden. “Zeker indien een franchisegever met zijn franchisenemers exclusiviteit voor een bepaald rayon is overeengekomen, dient een franchisegever wat mij betreft afspraken met zijn franchisenemers te maken alvorens een centrale webshop te lanceren.

 

Echter, de franchisegever is doorgaans wél beter in staat het overstijgende belang van verkoop via internet te zien. Zo is het heel goed mogelijk dat een organisatie die geen goed functionerende centrale webshop heeft ten opzichte van de concurrentie, markt verliest. De winkelier is bang dat mensen dankzij een webshop niet meer naar zijn winkel toe komen. In dat geval moet de franchisegever in dialoog treden met zijn franchisenemers over de toegevoegde waarde van een winkel en van een webshop. Afspraken over eventuele kosten en baten zijn makkelijk in een aparte overeenkomst vast te leggen. Ik ben er een groot voorstander van dat de franchisegever probeert het belang van een centrale webshop aan zijn franchisenemers uit te leggen en dat, uitzonderingen daargelaten, de individuele franchisenemer vervolgens ook meeprofiteert van (het succes van) de centrale webshop.”

 

Beperkingen in ondernemerschap

Eén van de kritiekpunten is dat ondernemers én franchisegevers door de Code onnodig in hun ondernemerschap worden beperkt. Ook zou het voor formulehouders minder aantrekkelijk zijn om voor franchise te kiezen. “Een Code met een wettelijk haakje zorgt juist voor transparantie en duidelijkheid”, vindt Ten Have.“BVFN en FANed onder-schrijven dit standpunt van het Vakcentrum Franchising is wat ons betreft kruisbestuiving tussen twee partijen die allebei iets kunnen inbrengen en er samen voor zorgen dat het optimale resultaat wordt behaald.”

 

De beperkingen zijn juist wat Knotter zo wars maakt van de Code. “Vrij ondernemerschap met onderlinge afspraken tussen franchisenemer en franchisegever zou de voorkeur moeten hebben. De praktijk heeft bewezen dat de bestaande wetgeving en uitwerking van deze wetgeving in de jurisprudentie prima volstaat.” Hendriks vindt dat zaken in de Code te veel in detail zijn vastgelegd.“Door dat zo te doen, wordt het geheel te rigide. Binnen bepaalde kaders moet je kunnen ondernemen, maar die kaders moeten niet te veel het handelen van de formule gaan bepalen. De voordelen moeten wel blijven bestaan.”

 

Bureaucratie en meer rechtszaken

Leidt de Code dan niet tot bureaucratie, rechtszaken en onnodig hoge kosten? “Absoluut niet”, benadrukt Ten Have. “De Code, gekoppeld aan het wettelijke haakje richting beslechting van geschillen voorkomt dit juist. De Code garandeert mij niet dat we het morgen allemaal eens zijn, er zijn altijd meningsverschillen. Op basis van zelfregulering kan de franchisegever of -nemer zich bij een geschillencommissie melden. En om freeriders te voorkomen, is het wettelijke haakje noodzakelijk.”

 

Eenzijdigheid

Een veelgehoorde reactie uit de markt is dat er geen sprake is van een duidelijke en evenwichtige gedragscode. De belangen van de franchisegever lijken uit het oog te zijn verloren. Ook is de Code veelal toegespitst op de retail en minder op de dienstverlening. “Eens”, vindt Hendriks. “Er gaan dingen niet goed bij enkele, bekende formules. Deze dingen proberen ze nu via een Code te regelen. De formules die hier weinig mee te maken hebben, worden verplicht om die Code ook te hanteren. De belangen van de franchisegever worden uit het oog verloren.”

 

Ook Ralph Markwat, franchisegever van FHC Formulebeheer, vindt dat de Code voorbij gaat aan de diversiteit in de branche en op dit moment te onduidelijk is. “Mijn tip: volledige openheid in het schrijfproces, erkennen dat het nodige is misgegaan en de handschoen oppakken om een kwalitatief goed document op te stellen, heldere en gefundeerde onderzoeksvragen opstellen en alles onderbouwen met onderzoek.”

“Oneens”, aldus de Schrijfcommissie. “De NFC waarborgt juist dat de franchisenemer ruimte krijgt en houdt voor eigen ondernemerschap.” Knotter ziet dat de belangen van franchisegevers ondergesneeuwd dreigen te raken.“De NFC is wat mij betreft voor een belangrijk gedeelte vanuit het perspectief van de franchisenemers geschreven. Ik ben niet bij het schrijfproces betrokken geweest, maar als ik kijk naar het concept, zijn de vertegenwoordigers van de franchisenemers er beter in geslaagd hun standpunten in de Code opgenomen te krijgen dan de vertegenwoordigers van de franchisegevers.”

Screen Shot 2015-12-14 at 3.32.33 PM

Ten Have en de Schrijfcommissie vinden niet dat de Code primair is toegeschreven naar de retail. “In principe is de code toepasbaar op de complete branche, waar bijvoorbeeld ook de reis- en uitzendwereld in vertegenwoordigd zijn.” Ook hiermee kan Markwat het niet eens zijn. “Van de ruim dertigduizend franchisenemers hebben slechts tientallen gereageerd op de conceptcode. Overwegend supermarkten hebben de moeite genomen om te reageren. Ik vind ook dat de totstandkoming van de Code in achterkamertjes geschiedt, wat volstrekt tegen de letterlijke tekst (‘een belangrijke rol voor communicatie en overleg’ van de code indruist.”

“De NFV vindt dat een Code van toepassing moet zijn op alle soorten franchise en de achterban zich er voldoende in moet kunnen herkennen. “Draagvlak is essentieel”, aldus Engeman. “In de conceptversie van de Code wordt een aantal zaken tot in detail uitgewerkt, wat niet werkbaar is voor alle vormen van franchise. Details zouden moeten worden besproken in een franchiseovereenkomst op ondernemingsniveau. Er moet ook een balans zijn tussen rechten en plichten van zowel franchisegever als franchisenemer.”

Implementatie

Na alle hectiek over de Nederlandse Franchise Code rest de Schrijfcommissie de taak om alle reacties te inventariseren en terug te gaan naar de schrijftafel. De commissie verwacht in januari 2016 de definitieve Code op tafel te hebben. Ook komt de commissie volgens eigen zeggen met aanbevelingen en een implementatieplan voor de termijn waarop de Code in de sector wordt ingevoerd. De franchiseovereenkomsten die er liggen, hoeven volgens de commissie niet opengebroken te worden. Wat het Vakcentrum betreft, kan de Code er niet snel genoeg komen. Ten Have: “We willen wel een goed voorstel wat betreft de beslechting van geschillen.” Die komt er volgens de commissie wel. “Bij de oplevering van de NFC geven wij een blauwdruk mee over de vorm van geschillen-beslechting. De voortgang zal door Economische Zaken worden gemonitord’’. Indien nodig zal hier ook wetgeving bij worden overwogen. Knotter denkt dat wetgeving het enige uiteindelijke resultaat zal zijn. “Ik denk dat er geen overeenstemming komt tussen de partijen en dat de tekst die er uiteindelijk komt een slap aftreksel zal zijn van wat er moest komen. Ik verwacht niet dat er uiteindelijk een Code komt met het benodigde draagvlak vanuit zowel de franchisegevers als de franchisenemers.”

 

Delen:

Gerelateerde artikelen

Laatste franchisenieuws

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

skyscraper-banner-website

banner-volop-kansenV2

franchise-banner-abn-amro-3