Ondernemers waarschuwen Kamerleden voor gevolgen voor omzet, ondernemerschap en leefbaarheid in grensregio’s. Prijsverschillen met België en Duitsland zorgen ervoor dat Nederlandse consumenten steeds vaker en voor steeds meer aankopen de grens overgaan. In grensgemeenten gaat 72 procent minimaal één keer per maand speciaal naar België of Duitsland om daar producten of diensten te kopen. Landelijk ligt dat aandeel op bijna 20 procent. Ondernemers in zowel grensgemeenten als de bredere grensregio’s zien het grensoverschrijdend winkelen bovendien duidelijk toenemen.
Dat blijkt uit onderzoek van Kieskompas en Panteia, uitgevoerd in opdracht van MKB-Nederland, VNO-NCW en betrokken brancheorganisaties. Voor het onderzoek werden 767 ondernemers en 2.570 consumenten ondervraagd.
MKB-Nederland-voorzitter Marijke Vuik presenteerde de resultaten vandaag aan Kamerleden tijdens een werkbezoek aan de grensregio Eibergen en Groenlo. Zeven leden van de vaste Kamercommissie Economische Zaken gingen daar in gesprek met ondernemers over de gevolgen van het ongelijke speelveld voor hun bedrijven en voor de leefbaarheid van grensregio’s.
Prijsverschil belangrijkste reden
Een lagere prijs is veruit de belangrijkste reden voor consumenten om aankopen over de grens te doen. Van de consumenten die producten of diensten in België of Duitsland kopen, noemt 88 procent de prijs als reden. In grensgemeenten loopt dit op tot 94 procent.
Brandstof wordt het vaakst over de grens aangeschaft, gevolgd door verzorgingsproducten en dagelijkse boodschappen. Volgens de ondernemersorganisaties blijft het effect bovendien niet beperkt tot de aankoop waarmee de consument de grens overgaat.
“Een prijsverschil bij één product trekt vaak een hele reeks bestedingen mee over de grens. Wie in Duitsland gaat tanken, doet daar geregeld ook de boodschappen, koopt verzorgingsproducten of gaat er naar de horeca. Nederland loopt daardoor niet alleen omzet mis bij tankstations, maar ook bij winkels en andere lokale ondernemers.”
De bedragen die over de grens worden besteed, zijn aanzienlijk. Van de grensoverschrijdende kopers in grensgemeenten besteedt 67 procent maandelijks meer dan 100 euro in België of Duitsland. Ruim de helft geeft bovendien aan tegenwoordig vaker over de grens te kopen dan drie jaar geleden.
Ondernemers merken gevolgen
Ondernemers zien de ontwikkeling terug in hun omzet. In grensgemeenten ervaart 45 procent in (zeer) sterke mate dat potentiële klanten uitwijken naar België of Duitsland. Acht op de tien ondernemers zeggen hierdoor omzet mis te lopen. Van de ondernemers in grensgemeenten schat 49 procent het omzetverlies op meer dan 10 procent.
De gevolgen blijven bovendien niet beperkt tot gemeenten direct aan de grens. Ook op grotere afstand ervaren ondernemers concurrentie van het buitenlandse aanbod. In gemeenten op enige afstand van de grens zegt 32 procent dat Nederlandse klanten voor aankopen uitwijken naar België of Duitsland. Zelfs in gemeenten ver van de grens vandaan ligt dit aandeel nog op 19 procent.
Hierdoor ontstaat als het ware een ‘tweede linie’ achter de directe grensgemeenten. Ondernemers daar ondervinden wel de aantrekkingskracht van het buitenlandse aanbod, maar profiteren nauwelijks van een toestroom van buitenlandse klanten.
Lagere marges zetten ondernemerschap onder druk
Ook de financiële positie van ondernemers in grensregio’s staat onder druk. Uit de analyse van Panteia blijkt dat de winstmarges in de onderzochte sectoren in grensregio’s vaak lager liggen dan bij bedrijven die meer dan 50 kilometer van de grens zijn gevestigd.
Het verschil is het duidelijkst bij supermarkten, maar is ook zichtbaar bij slijterijen en tankstations. Lagere winstmarges beperken de ruimte van ondernemers om te investeren, stijgende kosten op te vangen en economische tegenvallers te incasseren.
Consument koopt het liefst in Nederland
Opvallend is dat de meeste consumenten hun geld bij voorkeur in Nederland zouden uitgeven. Van de consumenten die regelmatig over de grens kopen, geeft 65 procent aan liever in Nederland boodschappen en andere aankopen te doen. Twee derde zegt bovendien vaker in Nederland te zullen kopen als de prijsverschillen met België en Duitsland kleiner worden.
Volgens MKB-Nederland, VNO-NCW en de betrokken brancheorganisaties laat dit zien dat het kabinet bij belastingmaatregelen nadrukkelijker rekening moet houden met de effecten in grensregio’s.
Zo vindt 92 procent van de ondernemers dat accijnzen, btw en verbruiksbelastingen voorlopig niet verder moeten worden verhoogd. Onder consumenten steunt 79 procent deze oproep. Ook is er brede steun voor het op langere termijn verkleinen van belastingverschillen met België en Duitsland.
Leefbaarheid grensregio’s in het geding
De gevolgen zijn volgens de ondernemersorganisaties niet alleen economisch. Het verdwijnen van winkels, horeca en tankstations kan ook de leefbaarheid van grensregio’s aantasten. Maar liefst 91 procent van de ondernemers verwacht dat het verdwijnen van deze voorzieningen de leefbaarheid schaadt. Onder consumenten deelt 82 procent deze zorg.
De ondernemersorganisaties roepen het kabinet daarom op om de lasten voor ondernemers en consumenten niet verder te verhogen en structureel rekening te houden met de verschillen met België en Duitsland bij het vormgeven van het belastingbeleid.
“Lokale ondernemers zorgen voor werkgelegenheid, voorzieningen en levendige dorpen en wijken. Als het voor consumenten steeds aantrekkelijker wordt om hun geld over de grens uit te geven, komt zowel het ondernemerschap in de grensregio’s als de lokale basis voor voorzieningen verder onder druk te staan.”
Over het onderzoek
Kieskompas ondervroeg in juli en augustus 2026 in opdracht van MKB-Nederland en VNO-NCW 767 ondernemers in de sectoren cultuur, sport en recreatie, horeca en groot- en detailhandel. Daarnaast namen 2.570 consumenten deel aan het onderzoek. De consumentenresultaten zijn gewogen naar onder meer geslacht, leeftijd, opleiding en regio. Panteia analyseerde de resultaten. De genoemde omzetgevolgen zijn inschattingen van de ondervraagde ondernemers.
