Special: franchise-wetgeving, hoognodig of volstrekt overbodig?

Gepubliceerd op , door De Nationale Franchise Gids

wet_hamer_weegschaal-300x300

Volgens sommige media zijn franchisenemers makke schapen die zich laten bedotten met te zonnige prognoses en zijn franchisegevers profiteurs. Een zwaar overtrokken beeld. Maar wel is er  een flinke discussie gaande over de noodzaak van wetgeving, waarin de verhouding tussen formules en franchisenemers helder wordt geregeld.  De meningen verschillen van ‘hoognodig’ tot ‘volstrekt overbodig’.

Begin 2014 stonden de media bol van de artikelen over de noodzaak van wetgeving, om conflicten tussen formules en franchisenemers te voorkomen. Van De Telegraaf tot NRC, van Zembla tot het Nederlands Juristenblad. Al verschilde de toonzetting natuurlijk. De samenloop van deze discussie met een aantal conflicten tussen franchisenemers en grote formules leidden al snel tot de voor de hand liggende conclusie dat wetgeving dringend nodig is.

j-w-kolenbrander1

Jan-Willem Kolenbrander

Dat ziet mr. Jan-Willem Kolenbrander, advocaat bij De Clerq Advocaten, met lede ogen aan. Hij is een van

de aanstichters van de discussie over wetgeving, met een artikel in het Nederlands Juristenblad van november 2013 waarin hij pleit voor specifieke franchise-wetgeving.

“Helaas polariseert de discussie omdat hij gekoppeld wordt aan die zogenaamde toename van misstanden”, zegt Kolenbrander. “Ik heb mijn artikel in het NJB geschreven voordat er over die vermeende toename gepubliceerd werd.”

Rechtsongelijkheid

Kolenbrander wilde een klinische analyse maken van de situatie. “Er zijn twee criteria waar naar gekeken wordt bij de vraag of er wetgeving nodig is: komt iets veel voor, en is er sprake van rechtsongelijkheid tussen partijen. Beide vragen kun je volgens mij met ja beantwoorden. Los van de conflicten: franchising is een zo vaak gehanteerd model dat het zinnig is om eens na te denken over wetgeving.”

myrthe

Myrthe Steenhuis

Er is geen objectieve bron van cijfers te vinden over het aantal conflicten tussen franchisenemers en formules. We moeten het doen met zaken die de media halen en wat er van horen-zeggen bekend wordt. Of er nou echt een stijging van het aantal conflicten is? En of dat aan het gebrek aan wetgeving ligt?

“Ik zou niet kunnen onderbouwen of er meer of minder conflicten zijn.”, vertelt mr. Myrthe Steenhuis van Köster Advocaten. “Geschillen rond de prognoses zijn van alle tijden. Wel zitten we al jaren in een recessie en kun je je voorstellen dat daardoor het aantal conflicten toeneemt. Franchisenemers zijn ook veel mondiger dan voorheen. Zaken worden in de media soms scheef belicht. Neem het beeld van franchisegevers als profiteurs, zoals dat onlangs in een uitzending van Zembla werd neergezet. Dat is een buitengewoon gechargeerd beeld.”

Ook mr. Theodoor Ludwig van Ludwig & Van Dam moet even grinniken over de vraag of er werkelijk meer conflicten zijn. “Er wordt op het moment vooral meer over geschreven. Daarnaast is er door de economische omstandigheden natuurlijk een en ander gaande in een aantal formules. Dat vertaalt zich in een toenemend aantal conflicten.”

Theodoor Ludwig

Theodoor Ludwig

Tot het uiterste

Dat laatste wordt beaamd door Gerard Slot van Franchise Services Europe, directeur van MultiCopy. “In tijden van recessie en crisis zie je altijd een toename van conflicten. Mensen zoeken – in elk geval een deel – van hun problemen nu eenmaal graag bij een ander. Of je nu franchisegever of franchisenemer bent. Dat is natuurlijk fout. Ik denk ook niet dat striktere wetgeving tot minder conflicten zal leiden. Misschien zelfs wel tot meer. Er zijn altijd mensen die tot het uiterste willen gaan.”

Van de conflicten die er zijn, gaan de meeste over de door de formules afgegeven omzetprognoses, volgens Steenhuis. “Tachtig procent van de procedures tussen formules en franchisenemers gaan over prognoses. Dus het zou goed zijn om in ieder geval daarvoor een duidelijke regeling te maken.”

Gerard Slot

Gerard Slot

“Prognoses zijn inderdaad een voorname bron van conflicten”, beaamt Justin Goes, Area Development Manager van de internationale formule Subway. “Daarom geven wij sinds de jaren ’90 helemaal geen prognoses meer af. Dat heeft te maken met de wetgeving in de Verenigde Staten, waar het geven van prognoses niet is toegestaan.” Geen prognoses? Maar wat dan? “Wij geven aspirant-franchisenemers de kans om bij bestaande vestigingen te gaan praten en daar hun licht op te steken. Daarnaast krijgen ze een kostenprofiel, updates over de omzetontwikkeling van onze vestigingen, en het advies om een vestigingsplaats-analyse te laten maken voor de betreffende locatie. Dat geeft de ondernemer een objectief beeld en kan geen aanleiding geven tot verwijten over onjuiste informatie.”

Arbitration

Ook Goes heeft het gevoel dat vooral de media-aandacht toeneemt. “Een reden te meer om als formule je zaken voor elkaar te hebben. Natuurlijk hebben wij ook wel eens een conflict, maar in de meeste gevallen komt dat niet tot een rechtsgang. Daar hebben we bij Subway regels voor. Als ondernemer ga je dan eerst mediation aanvragen, bij ons heet dat arbitration.  Beide partijen sturen over en weer documenten en leggen hun argumenten voor. Via arbitration worden de zaken meestal opgelost op een manier die voor beide partijen bevredigend is. ”

justin-goessmall

Justin Goes

Een internationale formule is natuurlijk gebonden aan de regelgeving van elk land waar het actief is. Goes: “We voldoen, naast de EU-regelgeving, aan alle wetgeving die er in de verschillende landen, zoals in België, Frankrijk of de VS bestaat. Ik ben een voorstander van wetgeving in Nederland, dan weet iedereen waaraan hij moet voldoen.”

 

Duidelijkheid bieden

“Franchisegevers weten het zelf vaak ook niet precies, en wetgeving kan daar veel duidelijkheid in bieden”, stelt advocaat Kolenbrander. “Er is een groep franchisegevers die het gewoon goed en fatsoenlijk doet. Dan is er een groep die niet op alle punten voldoet aan de erecode, niet uit onwil, maar gewoon omdat ze het niet precies weten. En dan is er een groep franchisegevers die moedwillig iemand verkeerde informatie geven. Met wetgeving kun je in ieder geval die uitwassen bestrijden, en de partijen helpen die het niet zo helder weten. Wat is er op tegen om een minimum set van wettelijke vereisten af te spreken waaraan de samenwerking moet voldoen, in de precontractuele fase en in de  contractuele fase?”

Steenhuis deelt zijn mening. “Ik zie wel wat in de wetgeving zoals die ook in België, Frankrijk of de VS bestaat, waarbij formules in de precontractuele fase verplicht zijn om ondernemers adequaat te informeren.”

Volgens advocaat Ludwig is het maar de vraag of wetgeving iets toevoegt. “Er is al wetgeving. Uit de jurisprudentie blijkt duidelijk dat de franchisegever een informatieplicht heeft in de precontractuele fase. De jurisprudentie is bijzonder helder en bestaat al heel lang.”

Inzichtelijke normering

Wel zou het volgens Ludwig goed zijn om de bestaande jurisprudentie inzichtelijker te maken voor alle partijen. “Om helderheid te scheppen naar franchisegevers en franchisenemers. Zodat je komt tot normeringen die in de hele branche kunnen worden toegepast. De Belangenvereniging van Franchisenemers wil dat samen met Economische Zaken tot stand brengen.”

Ook volgens Slot (MultiCopy) is wetgeving niet nodig. “Ik denk dat het meeste goed geregeld is binnen de bestaande wetgeving. Zowel op Nederlands als Europees niveau. Excessen kun je moeilijk voorkomen. En als ze heel heftig zijn, dan zijn er voldoende mogelijkheden voor de wetgever om corrigerend en sanctionerend op te treden. Vergeet niet dat er al veel flankerende wetgeving is. De jurisprudentie spreekt voor zichzelf.”

“Verwijzen naar de rechter is niet voldoende”, meent Kolenbrander. “Ook rechters zijn niet eenduidig. De ene rechter voert aan dat de franchisenemer een ‘kritische grondhouding’ moet hebben, de ander zegt dat er sprake is van een ‘lichte onderzoeksplicht’. Zo’n verschil van interpretatie leidt tot rechtsonzekerheid voor de ondernemers.” Ludwig vindt het logisch dat rechters een verschillende interpretatie geven aan die onderzoeksplicht. “Dat komt omdat iedere zaak anders is”.

Europese Erecode

Biedt de Europese Erecode dan niet voldoende houvast? “De erecode is interessant en nuttig, en best een aardig uitgangspunt voor wetgeving”, zegt Kolenbrander. “Het grote probleem is dat de erecode geen rechtskracht heeft. Er zijn vonnissen waarin de rechtbank duidelijk uitspreekt dat de erecode een set informele afspraken is, ‘niet in rechte afdwingbare verplichtingen’.

MultiCopy vindt de erecode belangrijk, stelt Slot.  “We onderschrijven de erecode en handelen er ook naar. Onze ondernemers hebben op belangrijke punten inspraak en we bieden altijd openheid van zaken. Wij hebben maar één doel: succesvolle franchisenemers hebben die goed en eerlijk hun geld verdienen. Alleen als het hen goed gaat, gaat het ons ook goed.”

Is er dan wel ongelijkheid tussen franchisegever en -nemer? “Ze hebben andere rechten en plichten. Maar het is onjuist dat franchisegevers meer te zeggen hebben dan franchisenemers. Ik mag wel zeggen: het is omgekeerd.”, meent Slot. “Franchisenemers zijn ook klanten. Slimme ondernemers stemmen hun dienstverlening af op de wensen en eisen van hun meest kritische klanten. Ongelijkheid zou tot korte succesjes leiden. Wij bestaan 43 jaar en dat zouden we anders nooit gehaald hebben.”

Kolenbrander vindt dat ongelijkheid juist is ingebakken. “Het hele format van franchising is gebaseerd op ongelijkheid, en op zichzelf is dat niet erg. Dat geldt net zo goed voor werkgever en werknemer. Het gaat er mij niet om dat franchisenemers zielig zijn, maar als die ongelijkheid leidt tot ongewenste situaties dat kunnen we dat met wetgeving oplossen.”

Hij krijgt bijval van Steenhuis. “Voor franchisenemers is de onderhandelingsruimte nu eenmaal beperkt. Het is niet zo dat er twee gelijkwaardige partijen een contract sluiten; een formule gaat uit van uniformiteit en dat zorgt voor een aparte verhouding.”

Ludwig deelt deze analyse.  “De franchisegever is de sterkere partij. Ons rechtssysteem biedt mogelijkheden om ongelijkheden te bestrijden, maar een weerslag van de jurisprudentie in direct toepasbare regelgeving is nuttig. Dat zal het evenwicht tussen franchisegevers en franchisenemers bevorderen. Dat is voor iedereen goed.”

Onderzoeksplicht

Een goede franchisenemer neemt dan ook zijn onderzoeksplicht serieus en vertoont de ‘kritische grondhouding’ die de rechter vereist. Ludwig: “De franchisenemer moet zich goed oriënteren en de informatie goed onderzoeken. De Belangenvereniging Franchisenemers (BVFN) biedt franchisenemers in dat soort trajecten bijstand.”

Maar dan moet de informatie die de formule aanreikt wel adequaat zijn, stelt Steenhuis. “De ondernemer is hoe dan ook afhankelijk van de informatie die wordt aangereikt door de franchisegever.  Die is vaak niet specifiek genoeg, bijvoorbeeld

gebaseerd op wat kengetallen. Of soms te rooskleurig voorgesteld. Dat voorkom je niet, ook niet als de franchisenemer daarvoor een adviseur inhuurt.”

“Natuurlijk is de franchisenemer geen mak schaap dat naar de slachtbank wordt geleid”, stelt Kolenbrander. “Maar er wordt iets te makkelijk gezegd: als je iets wilt weten, moet je er naar vragen. De franchisenemer moet maar aan de bel trekken. Als je die redenering volgt zou ook in het arbeidsrecht geen wetgeving nodig zijn, en zou je zeggen: het is de eigen verantwoordelijkheid van een werknemer als hij een slecht arbeidscontract ondertekent.”

 

Delen:

Gerelateerde artikelen

Laatste franchisenieuws

  • Freek Hilgerdenaar

    Uurtje factuurtje! Daar draait het om, hoe meer onduidelijkheid hoe meer business van mediation tot volwaardige rechtszaken met zeer goed betalende en blijvend terugkerende franchisegevers.
    Bijna alle problematiek binnen franchise bagatelliseren ,weglachen! Ja bijna alles op de huidige crisis schuiven ,in tijden van recessie en crisis zie altijd een toename van conflicten. Hoe krijg je zoveel onzin in een zin zeker als het om de samenwerkingsvorm franchise gaat daar waar steeds meer franchisegevers verder van hun franchisenemers af komen te staan, dat is echt crisis.Franchise kan een prachtige samenwerkingsvorm zijn ook in crisistijd echter alleen dan als beide partijen er evenveel voordeel van hebben . Doen wat ze zeggen en zeggen wat ze doen. Wetgeving dus!

    Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

skyscraper-banner-website