VAR gaat verdwijnen: hoe nu verder?

Gepubliceerd op , door De Nationale Franchise Gids

John2

Door John Vegter bij Bosselaar & Strengers Advocaten

U zult er door berichten in de krant en tijdschriften ongetwijfeld kennis van hebben genomen dat de VAR gaat verdwijnen. In de retail is al jarenlang een toenemend aantal mensen, vooral verkopers, werkzaam als zzp-er; als Zelfstandige Zonder Personeel. Daarom gaan wij voor u graag wat dieper in op de gevolgen daarvan voor u als opdrachtgever.
Wet DBA

Op 2 februari jl. heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (‘Wet DBA’). Deze wet, die per 1 mei 2016 in werking treedt, zorgt ervoor dat de huidige Verklaring arbeidsrelatie (‘VAR’) wordt afgeschaft. Tot 1 mei 2017 geldt er een overgangsregeling. Met de invoering van de Wet DBA wordt beoogd om de verantwoordelijkheden van de opdrachtnemer en de opdrachtgever bij het beoordelen van de arbeidsrelatie beter in balans te brengen.

Hierna zal eerst ingegaan worden op de achtergrond en de werking van deze nieuwe wet, waarna 3 tips aan de opdrachtgever zullen worden genoemd met betrekking tot de Wet DBA.

Achtergrond

In het fiscale recht en het socialezekerheidsrecht wordt een onderscheid gemaakt tussen zelfstandigen en werknemers. Dit onderscheid is van belang om te beoordelen of er sprake is van een inhoudings- en premieplicht voor de loonheffingen en verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen. Als degene die de arbeid verricht wordt aangemerkt als werknemer zijn deze plichten er wel. Als degene die de arbeid verricht wordt aangemerkt als opdrachtnemer zijn deze plichten er niet. Het is de wettelijke taak van de Belastingdienst om dit te controleren en waar nodig te handhaven.

Werking van de VAR

In het systeem van de VAR kan door de opdrachtgever zekerheid worden verkregen dat hij geen hiervoor genoemde inhoudingsplicht heeft. Als de opdrachtnemer over een geldige VAR-wuo of VAR-dga beschikt dan staat vast dat de opdrachtgever niet verplicht is om loonheffingen in te houden. De verantwoordelijkheid dat de VAR op goede gronden is afgegeven ligt volledig bij de opdrachtnemer. Door de vrijwaring die een opdrachtgever met de huidige VAR verkrijgt, kan de Belastingdienst bij een onjuiste VAR alleen belasting en premies innen bij de opdrachtnemer. De wetgever wil met de invoering van de Wet DBA deze disbalans in verantwoordelijkheden van opdrachtgevers en opdrachtnemers herstellen, maar ook de Belastingdienst meer mogelijkheden geven om handhavend op te treden.

Werking van de Wet DBA

Bij invoering van de Wet DBA kunnen opdrachtgevers alleen nog zekerheid verkrijgen omtrent de inhoudingsplicht in hun relatie met de opdrachtnemer door of (1) te werken met een door de Belastingdienst goedgekeurde individuele opdrachtovereenkomst (goedkeuring kan worden verkregen via het speciaal daarvoor opgerichte team dat kan worden bereikt via alternatiefvar@belastingdienst.nl) of (2) gebruik te maken van een door de Belastingdienst gepubliceerde voorbeeldovereenkomst (gepubliceerd op de website www.belastingdienst.nl).

Als er wordt gewerkt met een goedgekeurde overeenkomst dan rust er, net als bij de VAR, op de opdrachtgever geen inhoudingsplicht. Maar, en dat is nieuw, een belangrijke voorwaarde voor deze vrijwaring is dat de opdracht wordt uitgevoerd overeenkomstig de afspraken die in de overeenkomst zijn vastgelegd.

Indien blijkt dat de uitvoering in de praktijk afwijkt van de afspraken in de overeenkomst dan komt de regel dat geen loonheffingen door de opdrachtgever verschuldigd zijn te vervallen. De arbeidsrelatie zal dan beoordeeld worden volgens de geldende regels van de Wet op de loonbelasting 1964 en de relevante sociale verzekeringswetten. Als vervolgens komt vast te staan dat de arbeidsrelatie daadwerkelijk als dienstbetrekking in fiscale en sociale zekerheidsrechtelijke zin moet worden beschouwd, dan kan de Belastingdienst aan de opdrachtgever een naheffingsaanslag opleggen.

Daarbij geldt wel dat de opdrachtgever deze naheffing voor wat betreft de loonbelasting en premies volksverzekeringen onder omstandigheden kan verhalen op de opdrachtnemer. De opdrachtgever zal zich er echter van bewust moeten zijn dat voor de premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet een wettelijk verhaalsverbod geldt. Dit betekent dat het risico hiervan niet contractueel bij de opdrachtnemer kan worden gelegd, omdat elk beding in strijd met dit verhaalsverbod geen rechtskracht heeft.

Arbeidsovereenkomst of overeenkomst tot opdracht van werk

De Wet DBA stelt regels ten aanzien van de fiscale en sociale zekerheidsrechtelijke beoordeling van de arbeidsrelatie. Dat de arbeidsrelatie in die beoordeling als overeenkomst van opdracht wordt aangemerkt, betekent niet automatisch dat de civielrechtelijke beoordeling hetzelfde zal uitvallen. Wel zal dat in de civielrechtelijke beoordeling een (sterke) aanwijzing zijn dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.

3 tips voor de opdrachtgever
  1. Met de Wet DBA is het eens te meer belangrijk dat opdrachtgevers hun interne procedure met betrekking tot het inhuren van opdrachtnemers goed geregeld hebben. Opdrachtgevers zullen in (bestaande) relaties met opdrachtnemers moeten gaan beoordelen of er al dan niet sprake is van een inhoudingsplichtige relatie. Het is zaak dat intern duidelijk is welke overeenkomsten er door de organisatie kunnen worden gebruikt en welke aandachtspunten daarbij horen.
  1. De opdrachtgever zal zich ervan bewust moeten zijn dat een opdrachtnemer aan het einde van de overeenkomst zich ertoe verleid kan voelen om af te wijken van de afspraken uit de overeenkomst om zodoende te proberen om na afloop daarvan als werknemer te worden beschouwd en een WW-uitkering aan te kunnen vragen. Dit heeft dan ook gevolgen voor de vrijwaring van de opdrachtgever. De opdrachtgever kan dit voorkomen door er alert op te zijn dat de afspraken goed worden nageleefd.
  1. Zzp’ers en opdrachtgevers krijgen tot 1 mei 2017 de tijd om te bepalen of het nodig is om met een modelovereenkomst te werken. Ook hebben zij de tijd om te bepalen welke modelovereenkomst past bij de manier waarop zij werken. Voor zzp’ers en hun opdrachtgevers geldt tijdens de overgangsperiode wel een inspanningsverplichting: zij moeten beiden actief bezig zijn de arbeidsrelatie zodanig vorm te geven dat de zzp’er niet in loondienst werkt. Bijvoorbeeld door aantoonbaar met elkaar in gesprek te zijn over het gebruik van een modelovereenkomst en over eventuele aanpassingen in de werkwijze die daarvoor nodig zijn.
Tot slot

Het is algemeen de verwachting dat met de Wet DBA de onzekerheid en financiële risico’s voor opdrachtgevers bij het inschakelen van opdrachtnemers toenemen ten opzichte van de situatie waarin de VAR gold. Indien u vragen heeft over de uitvoering van de Wet DBA, kunt u contact opnemen met John Vegter via j.vegter@bs-advocaten.nl of via 030 – 234 72 54.

 

 

Delen:

Gerelateerde artikelen

Laatste franchisenieuws

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.