
Wie ondernemer wil worden en als eerste vraagt: “Maar wat verdien ik dan?”, stelt volgens mij eigenlijk de verkeerde eerste vraag. Ik hoorde deze week een mooie reactie van een recruiter van Bagels & Beans. Zij krijgt die vraag kennelijk voortdurend. Wat verdient een ondernemer bij jullie nu eigenlijk? Haar antwoord: soms is dat een bagel met hagelslag. Maar er zijn er ook die diezelfde bagel kunnen beleggen met de mooiste zalm die je in Nederland kunt kopen.
Ik moest erom lachen, maar ze heeft natuurlijk gelijk. Dat is ondernemerschap.
Niet: welk salaris staat er tegenover deze functie? Niet: hoeveel vakantiedagen krijg ik? Niet: wat krijg ik volgend jaar bij mijn beoordelingsgesprek erbij? Het antwoord is: dat hangt voor een belangrijk deel van jou af. En precies dát lijkt mij tegelijkertijd de aantrekkingskracht én het probleem van ondernemerschap.
Ik heb zelf een groot deel van mijn werkzame leven als ondernemer doorgebracht. Ik heb jaren gekend waarin ik dacht dat ik nooit meer iets anders wilde. Vrijheid, energie, resultaat zien van je eigen beslissingen. Maar ik ken ook de jaren waarin ik waarschijnlijk graag even had willen ruilen met iemand die gewoon wist welk bedrag er op de 25e van de maand op zijn rekening zou verschijnen. Ondernemen is niet het betere alternatief voor loondienst. Het is iets anders. En ik denk dat we daar soms veel te voorzichtig over praten.
We proberen toekomstige ondernemers gerust te stellen. We vertellen over bewezen concepten, begeleiding, marketing, systemen, inkoopvoordelen en ondersteuning. Zeker bij franchise. Allemaal belangrijk. Maar laten we ophouden te suggereren dat je daarmee het ondernemersrisico hebt weggeorganiseerd. Dat risico hoort erbij. Wie zekerheid als belangrijkste voorwaarde stelt, moet zich misschien serieus afvragen of hij überhaupt ondernemer wil worden. Dat klinkt harder dan ik het bedoel, maar ik geloof het wel.
Want het bijzondere aan ondernemerschap is nu juist dat er geen werkgever meer tussen jouw keuzes en het resultaat zit. Als jij het beter doet, merk je dat. Als jij verkeerde beslissingen neemt, merk je dat meestal ook. Soms pijnlijk. Een franchiseformule verandert daar niets fundamenteels aan. Die geeft je een beter vertrekpunt. Geen garantie.
En toch vind ik geld ook weer een armzalige manier om ondernemerschap te beoordelen. Jaren geleden was de CEO van een internationale fondsenwervende organisatie lange tijd klant van mij. Hij gebruikte een term die me altijd is bijgebleven. Aan het einde van het jaar keek hij niet alleen naar financieel resultaat, maar ook naar wat hij het emotionele dividend noemde. Wat had het werk betekend? Voor anderen. Voor de mensen die ermee geholpen werden. Voor jezelf. Ik vind dat een prachtige gedachte. En ik denk dat die veel dichter bij lokaal ondernemerschap staat dan we ons realiseren.
Loop eens een goede winkel, horecazaak of andere lokale onderneming binnen. De ondernemer kent zijn vaste klanten. Weet wie er ziek is. Wie een kind heeft gekregen. Wie iedere vrijdag hetzelfde tijdschrift koopt. Wie even een praatje nodig heeft. Hij sponsort misschien de voetbalclub, helpt de winkeliersvereniging, neemt een scholier aan voor diens eerste bijbaan en maakt soms onbewust deel uit van het sociale weefsel van een dorp of wijk. Dat komt niet op de winst-en-verliesrekening. Maar het heeft wel waarde. Misschien zelfs meer dan we de afgelopen jaren zijn gaan beseffen.
Daarom heb ik moeite met de manier waarop de politiek, banken en ‘kandidaten’ soms over ondernemerschap praten alsof het óf een financiële businesscase óf een lifestylekeuze is. Het is allebei te simpel. Een ondernemer moet geld verdienen. Punt. Wie structureel geen geld verdient, heeft uiteindelijk geen onderneming maar een dure hobby. Ik heb genoeg meegemaakt om daar niet romantisch over te doen. Maar als geld de enige opbrengst is die je zoekt, zou ik mezelf ook afvragen waarom je in hemelsnaam ondernemer wilt worden. Dan zijn er waarschijnlijk eenvoudigere manieren om geld te verdienen.
Ondernemerschap gaat voor mij ook over eigenaarschap. Over zelf bepalen wat voor soort bedrijf je wilt zijn. Over verantwoordelijkheid voor mensen. Over iets opbouwen dat zonder jou niet precies hetzelfde zou zijn geweest. En ja, soms eet je een bagel met hagelslag terwijl je had gehoopt op zalm. Maar soms gebeurt er ook iets anders. Je staat aan het einde van een drukke zaterdag in je zaak. De omzet was goed. Een medewerker heeft een stap gemaakt. Een vaste klant kwam speciaal terug. Iemand bedankte je omdat je hem geholpen had. Je doet de deur dicht en denkt: dit hebben wij vandaag toch maar mooi gedaan. Geen bonusregeling kan dat gevoel precies nabootsen. Dus wie wil er eigenlijk nog ondernemer worden? Ik denk meer mensen dan we vermoeden. Alleen moeten we ze misschien niet uitsluitend verleiden met rendement, vrijheid en mooie groeiverhalen.
We zouden eerlijker moeten zijn. Je kunt er financieel heel goed van worden. Je kunt ook jaren hebben waarin dat tegenvalt. Je krijgt vrijheid, maar ook verantwoordelijkheid waar je niet om vijf uur voor kunt uitklokken. Je kunt iets opbouwen wat later waarde heeft, maar ondertussen moet je iedere dag opnieuw bewijzen dat klanten voor jou kiezen.
En ergens tussen die hagelslag en die zalm zit misschien nog iets dat moeilijker in euro’s is uit te drukken. Dat emotionele dividend. Als dát je helemaal niets zegt, zou ik er nog eens goed over nadenken. Maar als je onmiddellijk begrijpt wat ik bedoel, zit er misschien meer ondernemer in je dan je zelf denkt.
Tom Wildenburg
(Tom is franchise-recruiter en heeft een rijke geschiedenis van werken en ondernemen in voor- en tegenspoed.)