Mijn favorieten

Er zijn nog geen favoriete franchiseformules geselecteerd

“Spreken is goud en zwijgen is fout”

Op grond van de Wet franchise rust op zowel de franchisegever als op de franchisenemer de verplichting om zich tijdens hun samenwerking tegenover elkaar te gedragen als goed franchisenemer en goed franchisegever.[1]

Deze omgangnorm wordt in de Wet franchise uitgewerkt voor partijen (met name voor de franchisegever) door hen in bepaalde gevallen informatie- en/of overlegverplichtingen op te leggen.

Een concreet voorbeeld daarvan is de (informatie)plicht voor de franchisegever om bij herziening van een franchiseovereenkomst de franchisenemer te infomeren als door de wijziging de positie van de franchisenemer verslechterd.  De informatie moet de franchisenemer in staat stellen om te beoordelen of eventueel wijzigingen in de bedrijfsvoering en/of andere feitelijke handelingen (bijvoorbeeld opzeggen van de franchiserelatie) noodzakelijk zijn.[2]

Wordt de franchisenemer niet op een dusdanige manier geïnformeerd dan loopt de franchisegever het risico dat de rechter bepaalde wijzigingen buiten toepassing verklaart. Meer juridisch gezegd kan de rechter vinden dat door het niet of niet volledige verstrekken van informatie over de wijziging, de franchisegever een zorgvuldigheidsnorm schond, waardoor de gewijzigde bepaling buiten toepassing moet worden gelaten.[3]

Een voorbeeld daarvan blijkt uit een recente uitspraak van de (voorzieningen)rechter van de rechtbank Amsterdam.[4] De rechter oordeelde dat een franchisegever bij ingrijpende wijzigingen van contractuele bepalingen, zoals een non-concurrentiebeding, een vergaande informatieplicht heeft tegenover de franchisenemer. Het niet tijdig en duidelijk informeren van de franchisenemer over een voor hem nadelige wijziging werd door de rechter aangemerkt als een schending van de informatieplicht van de franchisegever, waardoor de werking daarvan werd geschorst.

Overigens werd door de rechter niet alleen het non-concurrentiebeding geschorst, maar ook het relatiebeding, omdat die niet aan de daarvoor door de Wet franchise gestelde eisen voldeed[5]. Maar daarover wellicht een volgende keer.

Hoe dan ook, het is zaak voor de franchisegever om de franchisenemer voldoende te informeren bij voorgenomen wijzigingen van de franchiseovereenkomst. Aan de ander kant is het zaak voor de franchisenemer om zich (tijdig) te verzetten tegen wijzigingen waarover hij niet of niet voldoende is geïnformeerd door de franchisegever.

Mr K.T. op de Hoek

Ludwig & Van Dam franchiseadvocaten  

[1] Zie artikel 7:912 BW
[2] Zie artikels 7:196 BW en 7:917 BW
[3] Zie artikel 7:912 BW  juncto 7:916 BW jen/of 7:9197 BW juncto 7:922 BW
[4] ECLI:NL:RBAMS:2025:8931
[5] Zie artikel 7:920 lid 2 BW.