Wet Franchise

Wet Franchise

Per 1 januari a.s. is de Wet Franchise van kracht. Belangrijkste doel van de wet is om de positie van franchisenemers in de pre-competitieve fase (dus voorafgaande aan ondertekening van het franchisecontract) te versterken. Zo is er een ‘beraadperiode’ voorzien van vier weken. Dit is een ‘stand-still’ periode. Het gehele proces wordt gedurende vier weken bevroren. In deze periode heeft de kandidaat-franchisenemer de tijd om alle informatie goed door te nemen en zich door ter zake deskundigen te laten adviseren.

 

De belangrijkste onderwerpen van de Wet Franchise:

  1. Precontractueel Informatie Document (PID): Dit document wordt aan het begin van de stand-still periode overhandigt aan de franchisenemer. In het Precontractueel Informatie Document is vastgelegd welke informatie er tussen franchisegever en de kandidaat franchisenemer is uitgewisseld. Dit is een heel belangrijk en erg omvangrijk document. (meer info)
  2. Stand-still periode: Er is een verplichte bedenktijd (stand-still periode)  van 4 weken voor het sluiten van de franchiseovereenkomst. Tijdens deze periode mogen er geen wijzigingen worden doorgevoerd ten nadele van de aspirant franchisenemer. Bedoeling van deze periode is dat de kandidaat alle gelegenheid heeft om alle informatie goed te bestuderen en ook om nader onderzoek te doen. Dit moet er voor zorgen dat een kandidaat goed nadenkt en in alle rust en weloverwogen een beslissing kan nemen.
  3. Informatieplicht: De franchisegever moet alle informatie verstrekken aan de kandidaat waarvan de franchisegever moet begrijpen dat die van belang is voor de kandidaat. De kandidaat heeft op zijn beurt ook een informatieplicht. Zo moet de kandidaat openheid van zaken geven over diens financiële situatie, zodat de franchisegever kan inschatten of hij of zij wel de noodzakelijke investeringen zal kunnen doen.
  4. Tussentijdse wijzigingen en drempelwaarde: Voor belangrijke besluiten hebben franchisenemers instemmingsrechten, denk bijv. aan wijziging van de franchiseovereenkomst of belangrijke wijzigingen in het concept. Hier moet een drempelwaarde voor zijn opgekomen. Dat is echt een bedrag, bijvoorbeeld 50.000 euro. Bedoeling is dat de franchisenemers echt kunnen meedenken en meebeslissen. Aan de andere kant moet deze regeling er ook voor zorgen dat franchisenemers innovaties van de franchisegever niet kunnen blokkeren.
  5. Concurrentiebeding: Het concurrentiebeding maar maximaal één jaar duren en mag bovendien alleen betrekking hebben op het gebied waarin de franchisenemer actief is geweest.
  6. Goodwill: De goodwill bij verkoop van de vestiging moet geregeld zijn. Vaak wordt de goodwill gedeeld tussen franchisenemer en franchisegever. Op zich is dat logisch omdat zij samen voor het succes van de vestiging hebben gezorgd. Ook moet bepaald zijn hoe de goodwill wordt uitgekeerd.
  7. Afwijken: De Wet Franchise is dwingend recht: iedereen moet zich eraan houden. Er mag alleen van worden afgeweken als dit in het voordeel is van de franchisenemer.
  8. Overgangsrecht: Zodra de nieuwe wet van kracht is geldt deze voor alle nieuwe franchisecontracten. Tot 1 januari 2023 geldt er een overgangsperiode voor bestaande franchisecontracten ten aanzien van specifieke bepalingen zoals over instemmingsrecht, goodwill en het concurrentiebeding. Vanaf 1 januari 2023 moeten alle franchiseovereenkomsten helemaal aan de Wet Franchise voldoen.

 

Hieronder zijn twee links opgenomen: naar de tekst zelf en de uitleg/toelichting daarbij van de wetgever.

 

Nieuwsberichten

 

Columns

 


De Nederlandse Franchise Code (oud)

Voorafgaan aan de Wet Franchise was er sprake van De Nederlandse Franchise Code (hierna: Code). De code beschrijft wat van franchisegevers en franchisenemers in hun gezamenlijke ondernemingspraktijk wordt verwacht. Duidelijk wordt aangegeven hoe partijen over en weer rekening dienen te houden met elkaars belangen. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor communicatie en overleg.

De Code werd in eerste instantie opgesteld als een vorm van zelfregulering. Omdat de meningen over de voor- en nadelen van de Code sterk verdeeld zijn en het daarom maar de vraag was of de Code wel zou worden toegepast heeft Minister Kamp voorgenomen om de Code ook een wettelijke verankering te geven.

Wat gaat er nu veranderen door de Franchise Code?

Er bestond natuurlijk al de Europese Erecode inzake Franchise, hier staan al veel gedrags- en fatsoensnormen in. In de nieuwe Code zijn deze regels aangescherpt en wordt het ook gemakkelijker de naleving hiervan in rechte af te dwingen. De belangrijkste veranderingen op een rij:

  • informatieplicht: in de pre-contractuele fase, dus voor het aangaan van de overeenkomst, moet de franchisegever de aspirant franchisenemer meer (financiële) informatie over de formule te verstrekken, waaronder historische gegevens van eerdere franchisevestigingen binnen het rayon. Verder moet de franchisegever verantwoording afleggen over de besteding van de door de franchisenemers betaalde franchisefee’s.
  • aanscherping van de zorgplicht: Zo moet de franchisegever een toegespitste aanvangsopleiding geven en relevante, commerciële en/of technische ondersteuning en begeleiding verlenen tijdens de looptijd van de franchiseovereenkomst. Ook moet de franchisegever  na een verzoek van franchisenemer schriftelijke en onderbouwde aanbevelingen te doen wanneer omzet en winst van de franchisenemer structureel en substantieel achterblijven, om te komen tot een verbetering van de situatie.
  • concurrentiebeding: een concurrentiebeding mag na afloop van de franchiseovereenkomst niet langer dan een jaar duren.

Franchisegever en franchisenemer kunnen afwijken van de Code: in de Code is het ‘pas toe of leg uit’ principe opgenomen: afwijken van de Code mag maar dat moet dan wel expliciet gebeuren met argumentatie waarom er is afgeweken.