Shop-in-shopconstructies komen in de praktijk regelmatig voor. Te denken valt aan een koffiebar, sushistand of bloemenwinkel in bijvoorbeeld een supermarkt of andere winkel. De exploitant van de winkel stelt daarbij een gedeelte van zijn winkelruimte ter beschikking aan een andere ondernemer. Omdat een dergelijke samenwerking ook voordelen kan opleveren voor de winkelondernemer die de winkelruimte ter beschikking stelt, zoals bijvoorbeeld een groter aanbod en daardoor mogelijk meer klandizie, wordt niet altijd een vergoeding voor het locatiegebruik overeengekomen.
Wanneer is sprake van huur?
Het ontbreken van een vergoeding betekent echter niet dat geen sprake is van huur. Voor de kwalificatie als huur is vereist dat de ene partij een zaak of een gedeelte daarvan in gebruik geeft en dat de andere partij zich daartegenover tot een tegenprestatie verbindt. Bij een shop-in-shopconstructie zal doorgaans eenvoudig kunnen worden vastgesteld dat een gedeelte van de winkelruimte feitelijk ter beschikking wordt gesteld. De belangrijkste vraag is dan of daartegenover een tegenprestatie staat indien geen vergoeding in rekening wordt gebracht voor het gebruik van een gedeelte van de zaak.
De tegenprestatie hoeft niet in geld te bestaan
De tegenprestatie hoeft niet te bestaan uit een (periodieke) geldbetaling. Ook andere verplichtingen kunnen daarvoor in aanmerking komen. Denk bijvoorbeeld aan de verplichting om een deel van de door de shop behaalde winst af te dragen, het inzetten van personeel, het verzorgen van productie en bevoorrading, het beheren van de voorraad of het openhouden van de shop gedurende bepaalde tijden. Dergelijke prestaties kunnen voor de winkelondernemer een economisch waardevol exploitatiepakket vormen en daarmee kwalificeren als tegenprestatie voor het ter beschikking stellen van de winkelruimte. Daarvoor is wel vereist dat aannemelijk is dat deze prestaties geheel of gedeeltelijk worden verricht in ruil voor het gebruik van de locatie.
Gevolgen voor de huurbescherming
Als de shop-in-shopconstructie als huur kwalificeert en de betreffende ruimte tevens kan worden aangemerkt als “bedrijfsruimte” in de zin van de wet, zijn de semi-dwingendrechtelijke bepalingen van het huurrecht van toepassing. Denk daarbij aan de regels over opzegging, beëindiging en huurbescherming. Voor afwijkende bedingen kan in dat geval goedkeuring van de kantonrechter nodig zijn.
Beoordeel de kwalificatie vooraf
Bij een shop-in-shopconstructie verdient het daarom aanbeveling om vooraf niet alleen de commerciële afspraken, maar ook de juridische kwalificatie van de samenwerking te beoordelen. Een contractuele huurprijs van nihil voorkomt niet zonder meer dat het huurrecht van toepassing is.
Wilt u meer weten over de juridische kwalificatie van uw shop-in-shop-constructie of heeft u naar aanleiding van dit artikel nog vragen? Neem dan contact op met mevrouw mr. V. de Peuter, advocaat bij Ludwig & Van Dam advocaten, via telefoonnummer 010-2415777 of per e-mail via depeuter@ludwigvandam.nl.
