De eigen website van de franchisenemer: wenselijk of onwenselijk?

Gepubliceerd op , door De Nationale Franchise Gids

Door: Herman Knotter & Jelle Blom – Legal Experience Advocaten
Het zal voorlopig nog wel een heet hangijzer blijven: de website van de franchisenemer. Het komt regelmatig voor dat dit uitermate belangrijke (en gevoelige) onderwerp een ondergeschikte positie inneemt in de franchiseovereenkomst of zelfs überhaupt niet geregeld is. Het internet heeft immers met name de laatste jaren een enorme vlucht genomen en veel contracten dateren nog uit de tijd dat de websites minder belangrijk waren voor een franchiseorganisatie. Ook komt het voor dat het exploiteren van een website wordt ‘voorbehouden’ aan de franchisegever en het exploiteren van een eigen website door de franchisenemer simpelweg wordt verboden in de franchiseovereenkomst.

Omdat wij hier in onze praktijk regelmatig tegenaan lopen en bij veel organisaties discussies worden gevoerd over het beleid van de organisatie op dit punt, leek het ons nuttig in deze nieuwsbrief aandacht aan dit onderwerp te besteden. Kan het een franchisenemer verboden worden een eigen website te exploiteren en/of bepaalde producten of diensten via zijn website te verkopen? Wat kan een franchiseorganisatie doen om de kwaliteit en content van de website(s) van zijn franchisenemer(s) te bewaken?  Hoe kan een franchisenemer gestimuleerd worden om zich te conformeren aan een landelijke website/webshop? Hoe verhoudt een landelijke website/webshop van de franchisegever zich tot exclusieve rechten van zijn franchisenemers in een bepaald rayon?

Het is er een franchiseorganisatie anno 2015 uiteraard alles aan gelegen om goed ‘gevonden’ te worden op het internet. Een goed vindbare website vergroot de naamsbekendheid en er worden ook steeds meer producten en diensten via internet verkocht. Een website is daarom vaak niet alleen het uithangbord van de franchiseorganisatie, maar tevens een manier om bij een zoekopdracht via internet bij de eerste zoekresultaten in beeld te komen en daarmee de concurrentie voor te zijn.

De meeste organisaties investeren dan ook substantiële bedragen in het inrichten van hun website, wat al snel in de tienduizenden euro’s kan lopen. Indien de website wordt gecombineerd met een webshop, kan deze investering nog substantieel hoger uitvallen. Wanneer een franchiseorganisatie een dergelijke investering heeft gedaan, wordt het vaak niet wenselijk geacht dat de franchisenemers ook nog eens op eigen houtje een website/webshop exploiteren. De kans bestaat immers dat deze website/webshop van een inferieure kwaliteit is of niet goed aansluit bij de algemene website, bijvoorbeeld door gebruik te maken van andere kleuren, lettertypes en teksten. Dit komt de gewenste uitstraling en/of uniformiteit van de franchiseorganisatie uiteraard niet ten goede. Het is zelfs mogelijk dat door een goede vindbaarheid de website van de franchisenemer hoger in de zoekresultaten eindigt dan de algemene website van de franchiseorganisatie. Leuk voor de franchisenemer, maar minder plezierig voor de organisatie en de overige franchisenemers. Het is in dat geval wenselijk dat de betreffende website in ieder geval aan bepaalde kwaliteitseisen voldoet. Als er op dit punt in de franchiseovereenkomst geen voorwaarden zijn opgenomen, is het vaak lastig de betreffende franchisenemer achteraf te bewegen zijn website aan te passen, laat staan de website offline te halen. Het is daarom van groot belang dat in de franchiseovereenkomst (en/of het handboek) is geregeld hoe de franchisenemer met de exploitatie van zijn website om moet gaan en aan welke minimale vereisten voldaan moet zijn.

Bij het opstellen van een dergelijke bepaling is het uitgangspunt dat een verbod op het exploiteren van een eigen website geen stand zal houden. De franchisenemer heeft doorgaans immers een licentie op het gebruik van de gemeenschappelijk naam van de organisatie, hetgeen een uitputtend recht betreft wat niet beperkt kan worden. Een franchisenemer moet immers ook via internet reclame kunnen maken en informatie aan zijn afnemers kunnen verschaffen. Dit heeft tevens te gelden voor het aanbieden van producten of diensten via internet. Een verbod op internetverkoop door een franchisenemer is slechts mogelijk wanneer hiervoor een objectieve rechtvaardiging bestaat. Hier is slechts in uitzonderlijke gevallen sprake van.

Indien de franchisenemer een exclusief rayon heeft toegewezen gekregen, kan het in dat geval voorkomen dat hij goederen of diensten aan klanten buiten zijn rayon levert. Aangezien er bij het aanbieden van producten of diensten via internet sprake is van ‘passieve verkoop’ kan hem dit niet verboden worden. Een bekend praktijkvoorbeeld is de (concurrerende) webshop van een aantal franchisenemers van een grote supermarktketen. Het is echter niet toegestaan om via een internetcampagne actief op zoek te gaan naar nieuwe klanten buiten het toegewezen exclusieve rayon.

Het voorgaande heeft omgekeerd ook te gelden voor de verkoop via internet door de franchisegever. Als in een exclusiviteitsbeding is opgenomen dat de franchisegever geen eigen filialen zal openen in het exclusieve rayon van de franchisenemer, is het de franchisegever wèl toegestaan zijn producten via internet aan te bieden, zo oordeelde de rechtbank Dordrecht met betrekking tot de uitleg van een exclusiviteitsbeding.[1] Dit zou slechts anders kunnen zijn wanneer er sprake is van absolute rayonexclusiviteit en in het beding niet slechts gesproken wordt over ‘eigen filialen’.

Tips
  • Een verbod op het exploiteren van een eigen website/webshop is zoals gezegd niet mogelijk. Wèl kan een franchisenemer worden verboden domeinnamen met daarin de (handels)naam van de franchisegever op eigen naam te registreren. Daarbij kan franchisenemer worden verplicht bepaalde (redelijke) kwaliteitseisen in acht te nemen. Deze kwaliteitseisen kunnen worden opgenomen in handboek en kunnen van tijd tot tijd worden aangepast.
  • Door de franchisenemer te verbieden op eigen naam domeinnamen te registreren en dit verbod te combineren met strenge kwaliteitseisen voor het geval de franchisenemer uit eigen naam de producten of diensten op internet wenst aan te bieden, wordt in ieder geval een drempel opgeworpen.
  • Deze drempel kan nog verhoogd worden door de franchisenemer te laten ‘meeprofiteren’ van de landelijke website indien de franchisenemer geen eigen website/webshop exploiteert. De franchisegever zou bijvoorbeeld de winst die met de landelijke webshop wordt gemaakt kunnen delen met zijn franchisenemers, al dan niet op basis van de postcodes van de afnemers. Een dergelijke regeling doet naar onze mening ook recht aan het idee achter franchise, namelijk het creëren van een win-winsituatie.
  • Indien de franchisegever voornoemde drempels op de juiste wijze contractueel vastlegt, kunnen een hoop discussies voorkomen worden. Daarbij is het van groot belang dat de franchisenemers ‘snappen’ waarom er op dit punt een bepaald beleid wordt gevoerd. Een franchisegever heeft doorgaans het grotere plaatje beter in beeld dan de individuele franchisenemers en is doorgaans ook beter in staat om substantiële bedragen in een kwalitatief hoogwaardige, goed functionerende en goed vindbare website/webshop te investeren. Dit is niet alleen in het belang van de franchisegever, doch uiteindelijk tevens in het belang van alle bij de organisatie betrokken individuele franchisenemers.
  • Wij maken hierbij nog de opmerking dat het vorenstaande uitgaat van de (voor franchisegever) ideaalsituatie, waarbij de franchisegever de franchiseovereenkomst eenzijdig vorm kan geven. In de praktijk zal de franchisegever echter te maken hebben met bestaande (doorlopende) contracten, waarin dit (vooralsnog) niet of andersluidend is geregeld en die niet eenzijdig kunnen worden aangepast. In dat geval is de franchisegever aangewezen op de medewerking van de franchisenemers, waarbij het nog belangrijker is om de franchisenemers te overtuigen van de noodzaak en mogelijke voordelen van een goed functionerende landelijke website/webshop. Indien de medewerking van de franchisenemers wordt verkregen, kunnen de nadere afspraken simpel (tijdelijk) worden vastgelegd in een allonge op de franchiseovereenkomst. Indien er vervolgens op termijn alsnog een nieuwe franchiseovereenkomst komt, kan deze allonge in de franchiseovereenkomst worden geïntegreerd.

Neem voor meer informatie gerust eens contact met ons op. Wij vinden het altijd leuk om te sparren over (juridische) zaken op het gebied van franchise!

Herman Knotter & Jelle Blom

Legal experience Advocaten

 


[1]     Rb. Dordrecht 21 juni 2010, 244376 CV EXPL 09-9769, ECLI:NL:RBDOR:2010:BM8461

Delen:

Gerelateerde artikelen

Laatste franchisenieuws

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

skyscraper-banner-website

banner-volop-kansenV2

franchise-banner-abn-amro-3