Wat is de juridische status van u(w) (als) franchisenemer?

Gepubliceerd op , door De Nationale Franchise Gids

Er zijn de laatste jaren veel franchiseorganisaties op het gebied van dienstverlening bijgekomen. Het komt dan regelmatig voor dat de franchisenemer in kwestie een zzp’er is, oftewel een zelfstandige zonder personeel. Het is in dat geval niet altijd even duidelijk of de franchisenemer wel echt zo zelfstandig is als partijen doen voorkomen. Zo kan de Belastingdienst zich op het standpunt stellen dat dit niet het geval is en de samenwerking kwalificeren als een ‘fictief dienstverband’. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de franchisenemer geen debiteurenrisico loopt, er geen sprake is van een eigen klantenbestand, de franchisenemer geen investeringen heeft gedaan en de franchisenemer onder doorlopend toezicht en controle van de franchisegever staat.

Indien achteraf komt vast te staan dat jarenlang sprake is geweest van een fictief dienstverband, dan kan dit grote (financiële) gevolgen hebben. De franchisegever is dan met terugwerkende kracht alsnog loonheffingen en sociale premies verschuldigd. De Belastingdienst kan bovendien een boete opleggen. Dit kan tevens het geval zijn in de relatie franchisenemer en zijn opdrachtgever/klant.

Een dergelijke onwelkome verrassing kan voorkomen worden door de franchisenemer te verplichten een zogeheten VAR-wuo aan te laten vragen, oftewel een Verklaring arbeidsrelatie-winst uit onderneming. De VAR-wuo is een door de Belastingdienst afgegeven beschikking over de kwalificatie van de (arbeids)verhouding en of er daardoor wel of geen loonheffingen moeten worden ingehouden. Een VAR-wuo geeft derhalve duidelijkheid over de zelfstandigheid van de franchisenemer en diens fiscale positie. Bijkomend voordeel is dat de franchisegever wordt gevrijwaard wanneer de franchisenemer in het bezit is van een dergelijke verklaring, tenzij (ook) de franchisegever beter had moeten weten of de relatie na verloop van tijd is veranderd.

Deze situatie zal zeer waarschijnlijk gaan veranderen. Op 19 september 2014 heeft de staatssecretaris van Financiën namelijk het wetsvoorstel Wet Invoering Beschikking Geen Loonheffingen (BGL) ingediend bij de Tweede Kamer. Op 18 december 2014 besloot de Tweede Kamer het wetsvoorstel voorlopig echter uit te stellen. Het is daarom nog niet bekend wanneer deze nieuwe wet ingaat. In het kader van de overgangsperiode is kenbaar gemaakt dat een in 2014 afgegeven VAR-wuo voorlopig ook in 2015 geldig blijft. Voor nieuwe werkzaamheden zal wèl een nieuwe VAR-wuo aangevraagd moeten worden.

Wat vooralsnog over de BGL bekend is gemaakt, is dat de betreffende ‘BGL’ de VAR-wuo zal gaan vervangen. Een BGL zal via het internet moeten worden aangevraagd aan de hand van een vragenformulier/webmodule. Belangrijke wijziging is dat de franchisenemer én franchisegever samen verantwoordelijk worden voor de juistheid van de aanvraag. Een franchisegever zal alleen gevrijwaard zijn als de werkzaamheden, de wijze waarop en de voorwaarden waaronder deze worden verricht overeenkomen met de BGL-aanvraag. Als de weergegeven situatie feitelijk onjuist is, kan de Belastingdienst achteraf alsnog heffingen opleggen. Ten opzichte van de oude situatie zullen franchisegevers (en opdrachtgevers) aanzienlijk meer verplichtingen krijgen en wordt het risico tevens bij de franchisegever neergelegd.

Tips

Zelfstandigheid is niet alleen van belang om te voorkomen dat een samenwerking achteraf wordt gekwalificeerd als een fictief dienstverband. Voor een gezonde verhouding tussen de franchisegever en franchisenemer is het immers van groot belang dat de franchisenemer de ruimte heeft om zijn (ondernemers)kwaliteiten te benutten en hij ook daadwerkelijk aan het ondernemen is. Bijvoorbeeld door een eigen klantenbestand op te bouwen, financieel risico te lopen, voor meerdere opdrachtgevers te werken, een eigen boekhouding te voeren en bij de uitvoering van de werkzaamheden niet (steeds) onder controle van de franchisegever te staan. Als aan (enkele van) deze omstandigheden is voldaan, zou dit naar onze mening een goede basis voor een gezonde samenwerking moeten zijn. Door een VAR-wuo – en in de toekomst een BGL – aan te vragen, kan op voorhand meer duidelijkheid worden verkregen. Om nog meer zekerheid te verkrijgen, is het ook mogelijk de franchiseovereenkomst ter goedkeuring aan de Belastingdienst voor te leggen.

 

Herman Knotter & Jelle Blom

Legal experience Advocaten

Reageren kan via hermanknotter@legalexperience.nl of jelleblom@legalexperience.nl.

Delen:

Gerelateerde artikelen

Laatste franchisenieuws

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

skyscraper-banner-website

banner-volop-kansenV2

franchise-banner-abn-amro-3